Waarom ik de advertentie van Jan Slagter niet onderteken (maar het wel met hem eens ben)

yt“Handen af van de omroepen”. Dat is de boodschap in de advertentie die Max-baas Jan Slagter vandaag in een aantal landelijke kranten publiceert. Nu de mediawet wordt gewijzigd krijgt de NPO teveel invloed op de omroepen, schrijft Slagter. De wetswijziging bedreigt de redactionele vrijheid van omroepen en programmamakers. Slagter is het daarmee niet eens, omdat de omroepen “directe vertegenwoordigers van het publiek zijn en in contact staan met hun leden, kijkers en luisteraars”.

Geen inhoudelijke inmenging

“Geen inhoudelijke inmenging van de NPO in de programma’s van de omroepen”: hoewel ik het met de boodschap eens ben, heb ik de advertentie niet ondertekend. Daarvoor heb ik de volgende argumenten:

Geen echte discussie

Omroepen werpen zich op als vertegenwoordiger van het publiek, maar hebben de afgelopen maanden en jaren heel weinig moeite gedaan om dat publiek werkelijk bij de inhoudelijke discussie over de inrichting van het publieke bestel te betrekken.De nieuwsbrieven die ik van mijn eigen omroep ontving zag ik niet als een poging tot een serieuze inhoudelijke discussie.

Journalistiek in gevaar

De maatschappelijke omstandigheden zijn de afgelopen 10 jaar behoorlijk veranderd. Dat vraagt om een grondige heroriëntatie op de manier waarop de publieke omroep zijn taak ziet en vervult. De samenleving raakt steeds meer in verwarring. De publieke discussie wint niet aan niveau. Er is veel opiniëring op basis van nonfeiten. KRO-mediadirecteur Taco Rijssemus luidde dezer dagen de noodklok. Door allerhande ontwikkelingen is de journalistiek zelfs in gevaar, schreef hij. De publieke omroep zou aan deze ontwikkelingen tegenwicht moeten bieden, maar doet er teveel aan mee.

Te commercieel

Critici van de publieke omroep zien een toenemende commercialisering. Het beleid is gericht op het maximaliseren van marktaandelen en dat heeft goeddeels te maken met het feit dat de publieke omroep mede afhankelijk is van reclame-inkomsten. Wil je die op peil houden dan moet je grote aantallen bereiken. Grote aantallen bereik je op de manier waarop ook de commerciële omroep programmeert. Het betekent dat programma’s van de publieke omroep meer en meer zijn gaan lijken op die van de commerciële omroep. Binnen bestaande programma’s van de publieke omroep zie je om dezelfde reden een toenemende vergeiting: er moet vooral gelachen kunnen worden.Uit  angst de aandacht van het publiek te verliezen zijn sommige onderwerpen in het NOS Journaal tegenwoordig zo kort dat je je afvraagt waarom ze überhaupt nog worden uitgezonden. Ook programma’s als Pauw ontkomen niet aan die popularisering. Goed voor de kijkcijfers, slecht voor de kwaliteit van de meningsvorming.

Informeren is de kerntaak

Het aanbieden van goede informatie is in mijn visie de kerntaak van de publieke omroep. Informatie kan op verschillende manieren verspreid worden. Uiteraard via goede nieuwsrubrieken, soms op een amusementaire manier en zelfs drama en quizzen lenen er zich voor om mensen te informeren. Dat de publieke omroep zich niet zou mogen bedienen van sommige genres zoals amusement, is dus een onzinnig politiek voorstel. Maar er wordt ook heel wat (?) publiek geld opgebrand aan programma’s die helemaal geen relevantie hebben. De discussie daarover wordt door de publieke omroep consequent gemeden, terwijl het heel goed mogelijk is de samenleving te betrekken bij de vraag wat voor publieke omroep we de komende jaren nou eigenlijk willen.

Bestel is niet ouderwets.

Sommigen vinden “omroepen” ouderwets, een residu van een zuilenstelsel dat zichzelf heeft overleefd. Daar ben ik het niet mee eens. We hebben een perfect systeem: wil je aandacht vragen voor een gedachtegoed en lukt het je daarmee voldoende bondgenoten te mobiliseren, dan krijg je in Nederland geld en middelen omzo’n thema op de publieke agenda te zetten. Goedbeschouwd is het een moderne vorm van burgerparticipatie, van civil society (geen overheid, geen bedrijfsleven, maar wijzelf). Die participatie leidt tot inhoudelijke diversiteit en debat.Of alle bestaande omroepen nog wel goed verankerd zijn in de samenleving, of hun boodschap voldoende uniek is en of de aandacht niet teveel gericht is op behoud van het bestaande: daarbij zijn stevige vraagtekens te plaatsen. Niet de manier waarop het bestel is georganiseerd is achterhaald, hooguit de manier waarop sommige omroepen hun taak vervullen.

Omroepen erin, maar ook omroepen eruit

We hebben een open systeem: nieuwkomers kunnen toetreden als ze aan bepaalde voorwaarden voldoen. Daar hoort dan ook bij, dat gevestigde organisaties het bestel moeten verlaten als ze niet meer bijdragen aan diversiteit, als hun taak is vervuld of als ze nog uitsluitend bezig zijn met het eigen overleven.Bij een gezond bestel hoort een grotere in- en uistroom, maar ook meer roulatie aan de top. Op centraal niveau zouden de beleidsverantwoordelijken niet langer moeten blijven zitten dan twee maal 4 jaar. Zo houd je de boel vitaal en voorkom je verkokering en tunnelvisie. De publieke omroep heeft als taak de macht te controleren: benoemingen aan de top zouden dus niet politiek gekleurd moeten zijn. De afstand tussen Hilversum en Den Haag moet vergroot worden, de afstand tussen Hilversum en de samenleving moet verkleind worden.

Hebben van zenders is geen doel op zich

Zelden gaat de discussie over de maatschappelijke taak van het bestel, meestal gaat het om: houden wat we hebben. Het hebben van 3 tv-zenders en meerdere radiozenders is geen doel op zich. Het gaat om de vraag wat je ermee wilt. Vooral hier geldt: amuseren is geen doel op zich. Daar zijn genoeg andere mogelijkheden voor. In mijn visie heeft de publieke omroep een publieks-onvriendelijk digitaal beleid. Als gebruiker word je dwarsgezeten met niet wegklikbare advertenties. Het downloaden van publiek materiaal voor studie of lezing wordt zo moeilijk mogelijk gemaakt. Omroepen die op internet hun aanhangers optimaal willen bedienen en zouden kunnen bijdragen aan verankering in de samenleving , worden tegengewerkt. De NPO denkt zeer centralistisch: alle neuzen in dezelfde richting, in de hoop dat van de NPO hetzelfde sterke merk gemaakt kan worden als Google, Netflix of Youtube. Die strijd heeft de publieke omroep allang verloren. De NPO zou meer anticyclisch moeten denken, dus niet achter de feiten aanhollen, maar de nieuwe trend zetten.

Koester de diversiteit

De uitdaging zit vooral in de tegenbeweging: het koesteren van de diversiteit, de tentakels in de haarvaten van de samenleving. Kopieer niet wat in de social media-omgeving dank zij burgerinitiatieven goed floreert, maar versterk en ondersteun die initiatieven. Het vraagt een totaal andere benadering. Niet top-down (wij bedenken het in Hilversum en bieden het de samenleving aan), maar bottom-up (we versterken wat in de samenleving door anderen al is bedacht).

Daarom heb ik dus niet getekend

Hoewel ik dus aan de kant sta van Jan Slagter heb ik zijn advertentie niet ondertekend, omdat deze noodzakelijke discussie rond de publieke omroep niet wordt gevoerd. Ik ben net als de ondertekenaars van de advertentie tegen politieke invloed, centralistische aansturing en inhoudelijke inmenging , maar ook tegen de stilte die er rond de publieke omroep hangt als het gaat om het ontwikkelen van een toekomstvisie.

TON VERLIND

Geef een reactie