Waarom de treinen in 1950 bij slecht weer wel reden en in 2012 niet.

Al langere tijd vraag ik me af waarom de overheid bij het oplossen van maatschappelijke problemen niet wat meer vertrouwt op het gezonde verstand van burger en professional. Bevoegdheden centraliseren en naar Den Haag halen: het is niet de manier om de problemen van onze almaar ingewikkelde maatschappij te tackelen. Schaalvergroting en uniformering hebben tot wangedrochten aan maatschappelijke instituten geleid, die niet meer in staat zijn te doen waarvoor ze in het leven zijn geroepen. Dezer dagen treffend gesymbolyseerd door de chaos op het spoor.

Terug naar de civil society

Deze week vond ik op een seminar van de jeugdzorginstelling Jeugdformaat in Rijswijk een bondgenoot in de persoon van professor Paul Frissen, hoogleraar bestuurskunde aan de universiteit van Tilburg. De overheid gelooft in uniformering en strakke efficiency als organisatieprincipe. Waar Den Haag is langsgeweest verdwijnt de diversiteit en verschijnt het protocoldenken. Een majeure vergissing, aldus Frissen. Er zijn geen gemakkelijke oplossingen voor onze maatschappelijke problemen. Accepteer de diversiteit in het Nederlandse denken en stop met het verven van de samenleving in dezelfde kleur. De verzuiling was als organisatieprincipe zo slecht nog niet, aldus Frissen. We moeten terug naar de civil society, waar burgers worden gefaciliteerd om belangrijke maatschappelijke taken zelf te organiseren zonder teveel Haagse bemoeizucht.

Systeemautisme

De Volkskrant analyseert deze ochtend de problemen van de Nederlandse Spoorwegen en komt tot de conclusie dat ze worden veroorzaakt door de manier waarop Den Haag in de organisatie intervenieerde. Railbeheer en passagiersvervoer werden gescheiden. Een schip met twee kapiteins koerst onvermijdelijk af op de klippen. Eerst schiep Den Haag twee elkaar tegenwerkende molochen en daarna werd geprobeerd die situatie hanteerbaar te houden met protocollen en regels: Kafka tussen de rails. De Volkskrant noemt het deze ochtend “systeemautisme”. Waarom reden de treinen in 1950 wel bij slecht weer en in 2012 niet meer? Omdat treinmachinisten de bevoegdheid hadden op eigen gezag vastgevroren wissels los te wrikken, terwijl die bevoegdheid nu nog uitsluitend ligt bij de railbeheerder, die er aannemers voor moet inschakelen. Ze worden centraal aangestuurd en stappen pas in hun autotjes als er ergens een probleem wordt gemeld. Dan rijden ze zich vast in de files die door hetzelfde slechte weer worden veroorzaakt: centralisme en organisatieneurose als oorzaak van een probleem, dat vroeger niet bestond, omdat de professionals van de NS nog werden gezien als zelfdenkende, creatieve wezens die in staat waren verantwoordelijkheid te nemen.

Een probleem is pas een probleem als je het zo noemt

Bij toeval sprak ik deze week André Rouvout, namens de Christen Unie minister van gezin in een van de kabinetten Balkenende en groot voorstander van het electronisch kinderdossier. Daarin worden problemen vastgelegd die we volgens Paul Frissen pas hebben sinds de overheid ze benoemt als problemen. Vroeguh, in de tijd van de Hollandse nuchterheid, werden ze beschouwd als karakterdeviaties, dus als deel van onze volkse diversiteit.Ouders wisten hoe ze ermee om moesten gaan. Sinds we het “label” hebben uitgevonden worden veel van die persoonlijkheidsvariaties als een ziekte gezien en hebben ze de kosten van de gezondheidszorg tot fabelachtige hoogten opgezweept.

Eigen verantwoordelijkheid nemen: we zijn er nog niet aan toe.

Ik vroeg André Rouvout waarom hij en het CDA het principe van de burgerverantwoordelijkheid niet een meer centrale rol hebben gegeven, toen ze de kans hadden. Het lijkt me zo prachtig voor de naar zin zoekende,nu nog stuurloos ronddwalende Christen Democraten om zich op dat thema te profileren. André zoog de longen vol, ging op de toppen van zijn tenen staan, maakte de rug hol zodat zijn borstpartij meer naar voren kwam, en oreerde. Oreren is het voor politici kenmerkende gedrag: je zendt met overtuiging en ontvangt niets tot weinig.

Licht balancerend op zijn hakken, sprekend zonder adempauzes onthulde hij dat hij wel voor de civic society is, maar dat hij het CDA in het herintroduceren daarvan niet van dienst heeft kunnen zijn, omdat we “het” ontwend zijn. Als ik het goed begrijp zit het zo: André zou ons burgers en professionals wel graag onze verantwoordelijkheid terug willen geven. Maar hij denkt dat we die verantwoordelijkheid na zo’n lange periode van inertie niet meer aan kunnen. We moeten eerst opnieuw opgevoed worden. Zolang dat niet gebeurd is blijft Nederland dus in de ban van de systeemautisten. In concreto betekent het, dat het met de treinenloop op winterse dagen een puinhoop blijft, maar dat we er wel een sluitende verklaring voor zullen weten te vinden.

 

Ton Verlind

2 reacties op “Waarom de treinen in 1950 bij slecht weer wel reden en in 2012 niet.
  1. Bert Effing, Berlijn schreef:

    NLspoorwegen hebben het Duitse model verlaten

    in 1950 waren de NL spoorwegen, althans voor wat betreft de technische infrastructuur, op Duitse leest geschoeid. Daarna wilde de NL beter, sneller en goedkoper werken en deed afstand van het Duitse model. Anno 2012 kun je bij elk station in Duitsland noch een echte perronopzichter zien die het laatste woord heeft als een trein mag vertrekken. Ook de seinwachterhuisjes zijn bijna overal door echte mensen bezet. Op een ICE trein werken er wel 10 man boordpersoneel. En, bij 10 minuten vertraging, kreeg ik onlangs een gratis kop koffie aangeboden, na een treinreis van 5,5 uur ( Berlijn – München ). de NS heeft alles willen automatiseren en wil voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. En nu een doordenkertje.. Reizen per vliegtuig binnen Duitsland met Air Berlin, German Wings en Lufthansa is gemiddeld de helft goedkoper dan de Deutsche Bahn, echter…..de treinen zitten vol! DB maakt winst en biedt in verhouding veel meer werkgelegenheid, dan de NS. Iedereen blij!

  2. mark bassie schreef:

    De treinen in 2012 en 1950

    Interessante analyse die volgens mij met veel meer voorbeelden uit andere sectoren kan worden gestaafd. Het (enige) goede nieuws is dat ik voorzichtig een kleine tegenbeweging zie waarbij we organisaties weer kleiner maken, de menselijke maat terugkomt, thuiszorg met medewerkers met eigen verantwoordelijkheid tegen redelijke arbeidsvoorwaarden en minder focus op risico’s en beheersing en meer op ondernemerschap en kansen creëren. Maar er is nog een lange weg te gaan vrees ik.

Geef een reactie