Saai, principe-vast en dicht bij huis hebben gewonnen bij deze verkiezingen

“Authenticiteit en geloofwaardigheid: dat is het waar het de komende tijd in de politiek om zal draaien”. Dat schreef ik in mijn weblog aan de vooravond van de verkiezingen, mede op basis van persoonlijke ervaringen. Kort daarvoor had ik een debat geleid tussen 11 politieke partijen in Helmond. De verschillen waren minimaal, de verhalen over toekomstig beleid ingewikkeld en moeilijk te begrijpen. Ik denk, dat er in de zaal weinig toehoorders zaten die geloofden dat  -met alle veranderingen die er op gemeentelijk gebied aankomen- de dames en heren politici de toekomst echt konden overzien.  Als het verstand tekort schiet, blijft de inuïtie als baken over. Kun je als kiezer de ingewikkeldheid van de materie niet meer overzien,dan moet je blind kunnen vertrouwen op de betrouwbaarheid van je politieke vertegenwoordigers. Dan winnen stabiliteit en wijsheid aan belang en verdwijnt de ruimte voor cowboygedrag.

Het is boeiend om tegen de achtergrond van deze vaststelling de verkiezingsuitslag te analyseren. VVD en PVdA hebben als regerende partijen fors verloren. Lokale partijen wonnen aan populariteit. Dat past in de behoefte van kiezers om dicht bij huis te blijven en invloed te willen op de directe omgeving. De drang om van gemeenten grotere eenheden te maken doormiddel van herindeling staat haaks op de behoefte van Nederlanders om het eigen leven overzienbaar te houden. Lokale partijen wonnen dus bij deze gemeenteraadsverkiezingen aan populariteit.  Landelijk was het de oppositie die er met de poet van door ging. De ontreddering in het regeringskamp was groter dan het vermogen om de uitgedeelde klappen in het goede perspectief te plaatsen.

In welke mate voldoen de winnaars aan het hierboven geschetste politieke profiel? Consistente factor is Alexander Pechthold van D’66, de glamourboy van de oppositie, die goed weet hoe hij zijn publiek moet bespelen met een consequent en helder verhaal: Europa, onderwijs en geen al te grote avonturen met de economie. Hij is een stabiele factor, waarvoor hij ruimhartig is beloond. Dan Bram van Ojik, fractieleder van Groen Links. Hij spotte met het adagium, dat je het in de politiek van charisma en handigheid moet hebben. Geen charisma, maar vriendelijk en evenwichtig op het saaie af. Van hem zou je met een gerust hard een auto kopen. Het geldt ook voor Arie Slob (Christen Unie) en Kees van der Staaij (SGP): consistent, invoelend, principieel, geduldig, de mannen die zich nooit laten provoceren hoeveel modder ze soms over zich heen krijgen. Geen mannen voor een avondje doorzakken met een Trappistje, maar geloofwaardig en gepassioneerd, een hoog you get what you see-gehalte. En tot slot Emiel Roemer, niet door spindoctors geboetseerd tot wat hij niet is, maar de rustige, betrouwbare dorpsonderwijzer. De man waaraan je je kinderen zou willen toevertrouwen.

En dan de verliezende partijen. Weinig is er over van de zelfverzekerdheid van de managers Rutte (VVD) en Samsom (PVDA), het duo dat na de vorige verkiezingen de principes in een hoge hoed gooide  en om-en-om een kaartje trok. “Doe jij dit, dan doe ik dat”: de zelfverzekerde veertigers, die het anders zouden doen dan de mastodonten. Maar de nuchterheid waarmee je bedrijven of Greenpeace naar succes leidt, past niet een-op-een op het inrichten van de samenleving. De kiezers zijn het verbreken van de beloftes niet vergeten en hebben weinig waardering voor het opportunisme, waardoor het mogelijk was dat de gezworen vijanden uit de verkiezingsstrijd later samen een kabinet vormden en onmogelijke uitgangspunten probeerden te verenigen.De kiezers zijn de ingestudeerde retorische loops en de gemakkelijke oneliners beu. Er is een groeiend verlangen naar echtheid en daaraan kunnen Rutte en Samsom niet tegemoet komen. Teveel verpest door het maakbaarheidsideaal van de moderne marketingsamenleving, waarin weinig nog is wat het lijkt te zijn.

In Amsterdam speelde zich het drama af met PvdA-lijsttrekker Pieter Hilhorst. Te vroeg geparachuteerd en snel in een doodlopende steeg beland. Je kon het zien aankomen. Eigenlijk voldoet Hilhorst wel aan het profiel van de gepassioneerde, authentieke politicus. Helaas had hij verkeerde adviseurs. Mensen die hem toestonden dat hij meer van buiten leerde dan zijn hoofd aan kon en dat leidde tot potsierlijke taferelen, zoals in een uitzending van Pauw en Witteman waar Hilhorst al zijn opgedane kennis in 1 kwartier probeerde te spuien, zonder nog naar de interviewers te luisteren, doof en blind voor zijn omgeving. Een ongeleid projectiel. “Let op!”, zei hij tegen televisieverslaggevers, “we worden de grootste!”. Hij zei het toen de desastreuse nederlaag van de PVDA in Amsterdam zich in de peilingen al aftekende. Met zo’n slecht gevoel voor de realiteit heb je in de raadzaal niets te zoeken vonden de Amsterdamse kiezers. Pieter verhief de “ontkenning” net als veel van zijn generatiegenoten tot principe en betaalde er de tol voor.

Samengevat: het zijn de saaie, principe-vaste mannen en vrouwen en de lokale-dicht-bij-huis-bestuurders die gewonnen hebben. Niet de pragmatische snelle jongens… Het gaat dus niet alleen om het resultaat, maar ook om de weg er naar toe. Laat het een les zijn.

Geef een reactie