Route du Soleil (3)

Zoals een kurkentrekker in een goede fles rosé, trekt de Saab zich langzaam naar boven, om dan weer licht als een veertje naar beneden te dwarrelen. Het schermpje van het navigatiesysteem tekent een wild patroon. Op sommige plekken raken de punten van de haarspeldbochten elkaar, maar of ik wil of niet: geduldig moeten we het traject helemaal afwerken. In de bergen van Frankrijk lijkt elke kilometer er in werkelijkheid wel vijf. Doe ik de afdalingen en de hellingen rustig en weloverwogen, zoals je van een Nederlander mag verwachten of onstuimig en onberekenbaar als een Fransman? De file in de achteruitkijkspiegel maant tot haast, dus danst de auto nu met een iets te grote snelheid langs de berghellingen.

Drijvende glijbanen

Route du Soleil 3“Ik geloof dat ik misselijk word”, zegt Letty en begint alles los te knopen wat de ademhaling belemmert. Buiten is het 34 graden, binnen draait de airco op volle toeren. Net als ook mijn maag onrustig begint te worden toont de beloning zich in volle omvang. Daar 100, 200 meter onder ons ligt een prachtig, lonkend meer. Diepblauw, minigolfjes, kleine bootjes, omgeven door bergtoppen. Vanuit de hel toont zich de hemel in de vorm van Le Lac de Sainte Croix, een zijtak van de hemelse Verdon. Als een Boeing zoekt de Saab het goede glijpad naar beneden en binnen tien minuten liggen we op de waterlijn van het Paradijs. Geen buitenlandse toeristen, vrijwel uitsluitend plaatselijke bewoners. Met stoeltjes en koelboxen hebben ze het leven tussen de kiezels zo aangenaam mogelijk gemaakt. Op het water drijvende vreemde plateaus die door fietsende mannen worden voortbewogen, terwijl de echtgenotes goedkeurend toekijken hoe hun kinderen vreemde stellages beklimmen van waaruit ze zich gillend in het frisse water plonsen. Drijvende glijbanen! De rest van de middag laten we ons deze gelukzaligheid welgevallen.

De sfeer van een cruiseschip

Route du SoleilNa Sainte Croix is ons hotel Villa Borghese in GrÈoux les Bains aan het eind van de middag maar behelpen. We zitten hier nu 3 dagen. Villa Borghese is een keurig verblijf met veel gezinnen met opgroeiende kindertjes. Sinds de jaren zeventig is hier niet veel meer veranderd. Streepjesbehang, donker meubilair, donkere kleuren. In de gangen hangt de geur van voorbije tijden. De prijs is hedendaags. Het maakt allemaal niet zoveel uit, want Villa Borghese heeft airco, zodat we heerlijk slapen en dat maakt alles goed. De eetzaal heeft de sfeer van een cruiseschip, waar je lekker eet en waar de medewerkers weten wat een vakantieganger toekomt.

Het blijft toch familie

Theodor HolmanHet is Theodor Holman die me deze vakantie vergezelt in de vorm van zijn boek “Het blijft toch familie”, tot 2003 in zes herdrukken uitgebracht. Volgens een recensie van NRC is het een aangrijpend en hilarisch boek. En dat kan ik beamen. Een ontroerend boek over de moeizame haat-liefde-verhouding met de familie, geschreven door een kwetsbare, soms ontroerende rotzak, die niets meer zou hebben om voor te leven als hij ook zijn depressies nog zou verliezen*.

Ik heb er nu spijt van, dat ik hem niet beter heb leren kennen toen hij voor de KRO DolceVita presenteerde. Het water druipt van pagina 292 omdat een Belgisch jongetje zojuist ter hoogte van onze stretchers een bommetje heeft gedaan.

Opvoedendoejezo!

opvoedenHet jongetje zit in het zwembad aanhoudend aan zijn broertje, maar hun ouders blijven stoÔcijns onder het gekrijs en soms wordt het verkeerde zoontje tot de orde geroepen, namelijk het joch dat aanhoudend wordt ondergedompeld en nu krijst van ergernis.(Opvoedendoejezo tip 1: let af en toe eens op je kinderen of die andere mensen geen overlast bezorgen, tip 2: als je corrigerend optreedt doe dat dan op basis van een juiste observatie zodat je niet de verkeerde bij de lurven pakt!). GrÈoux les Bains, Sainte Croix, de rivier Le Verdon, de markt in Riez: ze zijn deze beproeving allemaal waard.

Kruistocht tegen de tv

Na het vorstelijke eten in Villa Borghese (half pension was verplicht) gaan we het stadje nog in. We komen overal affiches tegen met het gezicht van een Ècrivain/editeur, waarvan me de naam nu is ontschoten. In ieder geval iemand met een immense populariteit of een goede plakploeg en in ieder geval met een groot ego, want om de honderd meter zien we de aankondiging van een lezing, gericht tegen het onheil van de televisie. De kruistocht van de Ècrivain bestaat uit twee literaire bijeenkomsten overdag en een diner pensant c.q. discussiant ís avonds. Die zit daar straks in zijn eentje een lege zaal toe te spreken, veronderstellen we vanuit ons aangeboren Hollandse optimisme en kijkend naar de goedgevulde terrassen.

James Brown

Terwijl we door GrÈoux les Bains flaneren zegt Letty: “zouden ze zien dat ik mijn Anne Demeulemeester-blouse aan heb en mijn Margiela rokje”? Voor het uitgaan heeft ze zich modieus en verleidelijk gekleed. “Nee, schat: zo modebewust zijn ze hier niet. Ze staan hier ’s morgens voor de spiegel en denken dan: hoe kom ik deze dag met 34 graden in godsnaam weer door”. Ik weet ook wel dat haar opmerking als grap is bedoeld. “Denk je ECHT dat het niemand opvalt?”.

“Wat ben je toch een rare”, zeg ik. “Ze moesten hier eens weten hoe je echt bent”. Chique rokje, leuke blouse, prachtig opgemaakt, beetje bekakt Goois accent. Vast niemand gelooft dat ze van James Brown houdt, swingt op Sam and Dave en dat ze stockcarraces en boksen net zo spannend vindt als modeshows. En niemand kan weten dat ze de volgende dag op een strand in de buurt van Le Lac du Verdon als enige heel hard zal lachen om een paar opgeschoten jongens die met een sexpop als bootje het water opgaan, terwijl tientallen Fransen sip en beschaamd naar dat schouwspel staan te kijken.

Even is het stil, dan zegt ze: “Zoals ik eruitzie, zou ik niet graag willen zijn”.

We lopen ter hoogte van het restaurant waar de Ècrivain/editeur toch nog 20 mensen heeft weten te verzamelen rond zijn levenswijsheden. Het is 23.00 uur, de zesde dag van onze vakantie.

Recensie Theodor Holman

De uitgever van Theodor Holman verwijst in de zesde druk van het boek naar verschillende recensies. In deze van Hans Warren van De Zwolse Courant herken ik me het best: “Een geestige analyticus van de eigen treurigheid, een grootmeester van de ruzie. Zijn familiekroniek beweegt zich tussen zinderende haat en onpeilbare liefde, tussen afrekening en eerbetoon. Het is juist die tegenstrijdigheid waarmee Holman indruk maakt. Met “Het blijft toch familie” heeft hij een monument voor zijn vader en zijn moeder opgericht”.

 

Ton Verlind

Geef een reactie