Ronald Plasterk: vanaf nu “de minister van het zwijgen”.

Ronald Plasterk heeft zijn politieke leven weten te redden door een klassieke crisis-strategie te volgen: uitputtend in excuses, deemoedige attitude,voor de camera een aangeslagen indruk wekken,  in het debat rustig blijven en in balans en geduldig uitleggen tot iedereen is dolgedraaid door een woordenstroom waarin hoofd- en bijzaken verzuipen. Operatie gelukt, maar patiënt helaas overleden, want wat er overblijft is een vleugellamme staatsman die het crediet om risico’s te nemen en dus fouten te maken volledig heeft verspeeld en nog alleen defensief en terughoudend zal kunnen opereren. Dit los nog van het gezichtsverlies dat de minister heeft geleden ten opzichte van zijn collega’s en de veiligheidsdienst die hij vertegenwoordigt.

De kiezer is de verliezer. Veiligheidsdiensten rukken steeds verder op in ons privé-leven. Leek de digitalisering nog maar kortgeleden een zege voor de democratie, omdat ieder zijn zegje kan doen en relevante informatie van mensen met kennis snel zijn weg tot de consument kon vinden, inmiddels lijken de technische vernieuwingen zich tegen de democratie te keren. Onze autoriteiten richten zich meer en meer op het voorkomen van misdrijven in plaats van het straffen ervan en daarbij lijkt elk middel om onze gangen te volgen gerechtvaardigd. Wie zal zich immers keren tegen maximale inspanningen om het terrorisme aan te pakken, ook al dringen de digitale gleufhoeden door tot onze slaapkamer?

Waarom je daarover ongerust gemaakt als je niets te verbergen hebt? Dat laatste is een misvatting. We hebben een hoop te verbergen: onze pincode’s, waar we uberhaupt ons geld  aan uitgeven, onze administratie, vertrouwelijke brieven, wachtwoorden,dipjes in de opvoeding van onze kinderen, bronnen van journalisten. Zeg niet dat Nederlanders niet op hun privacy gesteld zijn. Waarom -als we zo graag gezien willen worden- staat om elk pietluttig tuintje een haag van 2 meter hoog en geeft een streep op de vloer bij het postkantoor van de Bruna aan waar ik moet stoppen om niet in de privé-zone van mijn voorganger te komen. Het is een rare incongruentie. Als het gaat om digitale spionage lijkt het ons niet te deren.

Onze eigenheid staat door de zucht naar informatie steeds meer onder druk. Langzaam ontstaat het beeld van de ideale burger, die zich netjes gedraagt en niet buiten de lijntjes kleurt. Wie recalcitrant is, oppositie wil voeren, een onafhankelijke geest is of journalisten die het feilen en falen van de instituties aan de kaak willen stellen zullen/kunnen het in de toekomst steeds moeilijker krijgen. Ze vormen een potentieel gevaar. Al hun communicatielijnen zullen straks via de NSA, de MIVD, of de AVID lopen. Dat vraagt in het kabinet om een portefeuillehouder die gemotiveerd is de belangen van burgers te verdedigen. Een omgekeerde crimefighter, opgewassen tegen de gehaaidheid van de opkomende surveillance-samenleving. Iemand met kennis van zaken, gezag en lef. Een staatsman die met overtuiging kan balanceren op de smalle lijn tussen het waarborgen van veiligheid en onaanvaardbare privacy-schendingen. Ik ben benieuwd wie na het debat van gisteren nog denkt dat Ronald Plasterk aan dit profiel voldoet.

Hij heeft al aangekondigd vanaf nu de “minister van het zwijgen” te zullen worden. Dat is wel goed voor zijn persoonlijke politieke levensverwachting. Die wordt daarmee aanmerkelijk verlengd.Maar het is niet best voor mijn gemoedsrust.

 

 

Getagd met , , , , , , , , , ,

Geef een reactie