Politie: Zonder de goede uitstraling, geen gezag

Er is maar één kans om een eerste indruk te maken en die is van doorslaggevende betekenis voor de appreciatie van iemand. Ik kijk met regelmaat geboeid naar geuniformeerde vertegenwoordigers van de overheid. Maakt niet uit of het politieagenten zijn of parkeerwachters, hoewel ik emotioneel gezien met parkeerwachters meer moeite heb dan met politieagenten. Die laatste categorie zit burgers soms wel dwars, maar vaak heb je er ook wat aan. Parkeerwachters lijken een zinloze functie te vervullen. Het zijn de tollenaars van deze tijd. Ze speuren het stilstaande blik af en, lijken al bij de overschrijding van 1 minuut parkeertijd met genoegen de zakcomputer te trekken en ik ben er nog nooit een tegengekomen die met de hand over het hart streek.

Lang, kort, dun, dik

Ik heb de pest aan die mensen, terwijl ze er niets aan kunnen doen. Ze lopen altijd met twee, vaak met drie, gezellig keuvelend, intussen de portemonnee van de achteloze burger plunderend. Ze vertonen zich in vele gedaantes: lang, kort, dun, dik, fier, uitgezakt, vormeloos. Zou mijn waardering groter zijn als ze zich verzorgd, goed gekleed, alert en beleefd zouden presenteren en dan ook nog met een beetje vriendelijkheid? . Ik denk dat het enorm zou helpen. Het geldt ook voor de in lichtgevende jacks gestoken verkeersregelaars in de buurt van het ziekenhuis van Hilversum. Mijn mededogen zou toenemen als ik zou begrijpen wat ze daar staan te doen, waarom ze er ook zijn als er nauwelijks verkeer is en waarom ze soms pseudo-geinteresseerd gebogen staan over de bedieningskast van de verkeerslichten, terwijl die gewoon hun werk doen.

Gezag zit in uitstraling

Gezag zit hem in uitstraling. Behalve met kleding verwerf je gezag met de goede bodylanguage en een baas die in staat is aan omstanders duidelijk te maken waarom je een onvervangbare maatschappelijke functie vervult.

Stoffelijke verbeelding van laissez-faire

De Telegraaf maakt vandaag een issue van de kleding van de Nederlandse politie. Ouwerwetse platte petten, strakgestreken en in de plooi gevouwen broeken, keurig gepoetste burgerlijke schoenen. Dat gaat misschien nog. Maar daarin zitten dan vaak vormeloze aan obesitas grenzende lijven, met gebogen ruggen en te dikke konten. Het kost me moeite om er de representanten van een alerte, dynamische overheid in te zien. Dan de Italiaanse rijkswachters. Ze zien er imposant uit, je loopt er als vanzelf met een boog omheen en als dat niet lukt heb je de natuurlijke neiging om ze vriendelijk gedag te zeggen, in de hoop dat je de dans ontspringt. Het Nederlandse politieuniform daarentegen is de stoffelijke verbeelding van de laissez-faire mentaliteit waarop we hier in de polder het patent lijken te hebben.

Carabinieri

Haal die broek eens uit de plooi!

Gezag begint met overtuigende kleding, beweert De Telegraaf deze ochtend. Dus pleit de krant voor modernisering van het uiterlijk van hermandad: de gestreken broek moet vervangen worden door iets stoers en frommeligs. Het moet er niet uitzien alsof elke politieagent op weg is naar een buurtfeestje. De burgerlijke schoen wil De Telegraaf vervangen door halfhoge boots, de platte pet door een baseballcap, en het nette colbert voor een autoriteit afdwingend jack. Kortom: vervang die inertie uitstralende avondkleding voor een pak, dat minstens suggereert, dat de politie de baas is over de straat en niet het rapaille.

Raad van commissarissen

En wat zegt de raad van hoofdcommissarissen? Deze in 2006 bedachte kleding voldoet in onze visie aan alle eisen! Dat is zo typisch Nederlands. Elk begin van een oplossing van een probleem wordt altijd meteen weer de klei ingestampt.

 

Ton Verlind

Geef een reactie