Pleidooi om STER af te schaffen maakt hebberig

Zoals verwacht wordt vanuit de commerciële wereld met gretigheid gereageerd op het pleidooi van NTR-baas Paul Römer om bij de publieke omroep de reclame af te schaffen. Römer had daarmee een ideëel doel voor ogen: hij wil de NPO onafhankelijk maken van de wetten van de markt en zo creativiteit en innovatie steunen. Maar de steun die hij krijgt komt uit verdachte hoek…..

Of de commerciële wereld datzelfde ideële oogmerk heeft, valt te betwijfelen. Daar wordt vooral gelonkt naar het vrijvallen van 200 miljoen euro (de STER-inkomsten) aan nieuwe omzet. Het reclamevrij maken van de publieke omroep zal een hele reeks aan nieuwe innovatieve ontwikkelingen op gang brengen schrijft journalist Aart Lensink in zijn weblog op de site van het advertentieblad Adformatie.

Eerst zien, dan geloven…..

Dat valt in mijn visie te betwijfelen, want waarom zouden die innovatieve kansen dan nu niet benut worden? Ondernemerschap immers laat zich in zijn creativiteit niet beperken. Kijk naar de krantenwereld, schrijft Lensink. Daar is te zien dat een commerciële omgeving wel degelijk in staat is om maatschappelijk relevante kwaliteit te bieden. Hij ziet daarbij 1 ding over het hoofd. Kranten hebben redacties en investeerders die “informeren” van oudsher als hoofddoel zien en dus een ruime ervaring hebben met maatschappelijk ondernemen. Maar traditionele audiovisuele media hebben zich de afgelopen jaren toch vooral gemanifesteerd als geldmachines. Of maatschappelijke afwegingen daar in zulke goede handen zijn is de vraag.

Hieronder puntsgewijs een reactie op de argumenten die Lensink in zijn weblog gebruikt. De citaten van Aart staan cursief.

AART LENSINK zegt op zijn website: afschaffen STER luidt nieuwe periode van bloei in.

“Het verdwijnen van de Ster zal leiden tot een kettingreactie die een nieuwe bloeiperiode inluidt voor de ingekakte Nederlandse mediasector. Zo zou het kunnen gaan:

  • De STER wordt afgeschaft. Gejuich alom.
  • Er volgt eindelijk een echte discussie over wat de overheid nu eigenlijk te zoeken heeft in de wereld van zenders en productiehuizen. De conclusie zal zijn: eigenlijk niets. De overheid is niet op aarde om content te produceren en zenders in de lucht te houden. Dat is typisch iets wat bedrijven heel goed kunnen. Evengoed blijft de publieke omroep bestaan, maar in afgeslankte vorm”.

MIJN REACTIE: Ik zou het omdraaien: eerst praten we over taak en functie van de publieke omroep en daarna valt pas de beslissing of die functie met of zonder reclame-inkomsten uitgevoerd moet worden.

Los daarvan: de overheid produceert helemaal geen content, maar faciliteert in Nederland een privaat-publiek bestel, waarbij het produceren van content binnen bepaalde regels wordt overgelaten aan private organisaties, waaraan als eis wordt gesteld dat ze een verbinding hebben met de samenleving. In wezen is dat een prima bestel, dat helemaal past binnen de moderne behoefte van onafhankelijk burgers om belangrijke taken zelf uit te voeren, waar nodig en mogelijk ondersteund met publieke middelen. Een mooie vertaling dus van “participerende samenleving”, eigenlijk een derde weg tussen overheid en bedrijfsleven, hoewel ik begrijp dat het bedrijfsleven die “derde weg” liever aan zich voorbij laat gaan.

  • Burgers die zelf taken vervullen: dat is maatschappelijke innovatie. Let op: het gaat op tal van terreinen gebeuren, dus ook op mediagebied.

Omroepen hebben hun taak laten versloffen…

Het echte probleem bestaat er uit, dat de overheid een organisatiemodel dat in wezen past bij de moderne maatschappelijke behoefte om het lot in eigen hand te nemen, heeft laten versloffen door er via centrale sturing steeds meer grip op te krijgen. Daardoor werd het die organisaties onmogelijk gemaakt zich te vernieuwen en dat heeft geleid tot een hybride systeem van vleesch noch visch.  Het is die omroeporganisaties hun eigen schuld. Die hebben op hun beurt daarvoor de poorten ver opengezet. Ze hebben hun maatschappelijke taak –burgers vertegenwoordigen- schromelijk verwaarloosd en daarmee draagvlak verloren, een aantal succesvolle uitzonderingen zoals Max en VPRO daargelaten. De meeste omroepen spelen in blessuretijd.

  • De belangrijkste vraag op dit moment luidt: hoe kunnen we het publieke bestel teruggeven aan de burger en niet hoe kunnen we het bedrijfsleven blij maken door de STER af te schaffen.

Huiliehuilie…..

Overigens besteden omroepen een substantieel deel van hun geld op de vrije markt. Veel belastinggeld vloeit dus al naar productiehuizen en een niet onaanzienlijk deel bovendien naar het professionele voetbal in Nederland, dat zo door de belastingbetaler indirect wordt gefinancierd. Het huilhuilie uit commerciële hoek is dus niet terecht. Dat omroepen met het productiehuizen zijn gaan samenwerken is een terechte ontwikkeling: laat de markt doen waar de markt goed in is, maar binnen een maatschappelijke context. De expertise van een omroeporganisatie bestaat uit het organiseren van verbinding met de samenleving, niet zozeer uit het zelf produceren. Het zijn dus eigenlijk marketingorganisaties, ze zorgen voor draagvlak en vertegenwoordiging. Dit systeem moet niet worden afgeschaft: het moet worden versterkt.

Frisse wind….

Het moet ook worden verfrist.

  • Dus maak elke vijf jaar een ranking van omroeporganisaties en meet in welke mate ze hun maatschappelijke opdracht naar bevrediging vervullen: de organisatie die onderaan de ranking staat moet het systeem verlaten en er komt een nieuwe club voor in de plaats.
  • Als de huidige omroepen blijven functioneren zoals ze nu doen en doof blijven voor actuele maatschappelijke ontwikkelingen, zijn ze over een aantal jaren bijna allemaal verdwenen.

Overheid moet onafhankelijke informatie faciliteren….

Het is wel degelijk de taak van de overheid om ervoor te zorgen, dat er een onafhankelijke nieuwsvoorziening bestaat, niet gedomineerd door economische wetten. Vanuit dat perspectief gezien zou de overheid niet alleen omroep mogelijk moeten maken, maar ook andere informatievormen moeten steunen.

  • De behoefte aan onafhankelijke informatie wordt met de dag groter.

AART LENSINK schrijft: STER weg, dan komt er een explosie van creativiteit….

  • “Nederland zal een explosie meemaken van creativiteit en ondernemerschap. Bestaande mediapartijen duiken in het gat dat de publieke omroep noodgedwongen laat en zullen de wereld verrassen met niet alleen verrassende content, maar ook met technologische innovatie; iets waar de publieke omroep nooit mee zou zijn gekomen”.

MIJN REACTIE: Ik geloof er niets van, dat het vrijvallen van 200 miljoen reclamegeld zal leiden tot een explosie van ondernemerschap en technologische innovatie, wel tot het stijgen van de winst. Innoveren kan nu ook al.

  • Het is juist opvallend dat de grote innovatieve ontwikkelingen de laatste tijd te vinden zijn in een sector die het vooral van abonnementsgeld moet hebben, in plaats van die vermaledijde, manipulatieve reclame. Denk aan Netflix.

Terug naar de kerntaken…..

Ik ben het ermee eens, dat de publieke omroep terug moet naar zijn kerntaken. Puur amusement hoort er niet bij. Sport eigenlijk ook niet, maar het is de vraag of de commerciële markt er naar smacht om die over de top-sportcontracten over te nemen. In mijn visie zijn dit de kerntaken van een toekomstbestendige publieke omroep:

  • Nieuws, actualiteiten, evenementen (gezamenlijke belevingen), kinderprogrammering, ontsloten op die plekken waar het publiek te vinden is.
  • De content die zo met belastingmiddelen ontstaat moet daarna voor iedereen vrij beschikbaar zijn: dus geen auteursrechtelijke beperkingen, geen kinderachtigheden rond hergebruik van materiaal.

Lean en mean…..

Het is bovendien de vraag of het productieproces en de bestuurlijke aansturing niet een stuk simpeler gemaakt kunnen worden door innovaties die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden, maar goeddeels aan de publieke omroep voorbijgaan, omdat daar het rijden in een Jaguar nog steeds wordt verkozen boven het rijden in een Volkswagen. Daarmee bedoel ik: leg de focus op inhoud en niet op de omvang van je apparaat.

  • Investeren in journalistieke research is belangrijker dan state-of-the-art techniek of het in stand houden van een bestuurlijk apparaat met een waterhoofd.

AART LENSINK schrijft: ja maar…..

“De onzinnige redenen die worden aangevoerd om altijd maar door te gaan met de Ster?

  • “Ja maar het scheelt belastinggeld. Nu hoeft er minder geld naar de omroep, omdat adverteerders bijdragen’. Wat dacht je van de tering naar de nering zetten? Maak een plan om met 200 miljoen euro minder de juiste keuzes te maken? Het is geen grondwettelijk recht om meer dan een miljard op te maken per jaar”.

MIJN REACTIE: De publieke omroep beschikt niet over 1 miljard, maar over 800 miljoen. Overdrijven is ook een kunst. En inderdaad: nieuwe inzichten op vele terreinen en een zorgvuldige keuze in de hoofdtaken moeten het mogelijk maken om met minder geld toe te komen. Op Youtube worden heel veel successen gegenereerd met een fractie van de middelen waarover de NPO beschikt.

  • Ik pleit ervoor om de discussie in omgekeerde volgorde te voeren: bepaal eerst wat we van de publieke omroep verwachten en stel dan vast welke middelen er nodig zijn om dat doel te realiseren. Misschien blijft het 800 miljoen, maar dan wel 800 miljoen euro die effectiever besteed worden.

AART LENSINK schrijft: overheid heeft geen informatieve taak…..

“Heeft de overheid überhaupt wel een taak om content te produceren en zenders in de lucht te houden? Wie zegt dat eigenlijk? Waarom zijn er nieuwsprogramma’s van de hand van de overheid? Waarom produceert de overheid amusementshows? Waarom zendt de overheid voetbal uit?”

MIJN REACTIE: De overheid maakt geen nieuwsprogramma’s.. Die komen in onafhankelijkheid tot stand.  Dat de publieke omroep nog amusement uitzendt komt, omdat het de overheid zelf is die aan de publieke omroep de eis stelt, dat de programma’s ALLE Nederlanders moeten bereiken. Dan krijg je dus het soort programmering, zoals we nu hebben.

  • Ik pleit er voor, dat de publieke omroep zich richt op alle Nederlanders die GEINFORMEERD willen worden.

Dat zal leiden tot andere inhoudelijke keuzes en een andere publieke omroep. Bij het informeren moet de publieke-omroep-nieuwe stijl er wel naar streven zoveel mogelijk Nederlanders te bereiken, maar niet ten koste van alles.

Toenemende behoefte aan onafhankelijke informatie…..

En ja: het is de verantwoordelijkheid van de overheid om te zorgen voor een onafhankelijke informatie-voorziening, niet onderhevig aan economische principes. Dat wordt steeds belangrijker in een wereld die van manipulatie aan elkaar hangt, waarbij nep niet meer van echt is te onderscheiden en we in een permanente staat van crisis worden gehouden omdat spectaculair nieuws nu eenmaal beter verkoopt dan de saaiheid-van-alle-dag, terwijl die saaiheid de werkelijkheid vaak beter weerspiegelt dan het opgeklopte spektakel. Dat geldt niet alleen voor de audiovisuele sector, maar voor de totale mediawereld.

  • Het is dus tijd voor een integrale visie op mediabeleid.

Even nog wachten met een standbeeld voor Paul Römer….

Paul Römer heeft inderdaad –zoals Lensink schrijft- de knuppel in het hoenderhok gegooid, maar daarmee, zoals te verwachten was,  een verkeerde dynamiek veroorzaakt. Met het oprichten van een standbeeld, zou ik nog maar even wachten. Als je voor een pleidooi bijval krijgt uit het commerciële veld, zou ik dat niet per definitie als een compliment opvatten….Laten we dus nog maar even doordiscussiëren voordat we de STER echt afschaffen. Zolang de publieke omroep de STER heeft zal de commerciële wereld zich nog voor de publieke omroep en zijn belangrijke maatschappelijke functie blijven interesseren. Let op: STER weg, aandacht weg…..

TON VERLIND

Geef een reactie