Pensioendiscussie: het gegoochel met de cijfers

Er is veel onduidelijk over de wijziging van het pensioenstelsel waarover de Tweede Kamer binnenkort in conclaaf moet. Opvallend zijn de zeer uiteenlopende inschattingen hoe de stelselwijziging zal uitpakken voor gepensioneerden. Ze gaan erop vooruit, betogen de onderhandelaars van vakbeweging, kabinet en werkgevers die belang hebben bij de totstandkoming van het nieuwe pensioenstelsel. Ze bedoelen: onder maximaal gunstige omstandigheden (en wie gelooft daar op dit moment nog in?) is het mogelijk dat de wijziging goed uitpakt voor de koopkracht van gepensioneerden die al langer dan tien jaar op indexering wachten. Maar onafhankelijke deskundige zijn er geenszins zeker van dat het zo is. Ze geven aan dat de stelselwijziging ook kan leiden tot een daling van het pensioen met tien procent of neer.

Hoe het uitpakt blijft tot het eind verborgen

Mensen die nu pensioen genieten zullen het pas weten als ze hun eerste afrekening krijgen, nadat de Tweede Kamer (al dan niet) akkoord is gegaan met de WTP, die het omzetten van het oude naar het nieuwe stelsel (invaren geheten) regelt. De verantwoordelijke minister Carola Schouten voelt al nattigheid. Ze heeft toegezegd de maximale verlaging tot vijf procent te zullen beperken. Het betekent dus dat ze de sombere voorspellingen van onafhankelijke deskundigen serieus neemt. Niemand weet het en zal het als het bijvoorbeeld aan D66 ligt ook niet te weten komen, voordat de Tweede Kamer de plannen heeft goedgekeurd. Een strategisch handigheidje: het draagvlak voor de stelselwijziging zal mogelijk snel verdampen als de effecten bekend zouden zijn nog voordat de Tweede Kamer over de plannen vergadert.  Het aantekenen van bezwaar wordt voor individuele gepensioneerden op voorhand onmogelijk gemaakt: ze zijn bij een negatief resultaat overgeleverd aan de welwillendheid van de politiek. Er liggen namelijk geen eenduidige proefberekeningen waaruit valt af te leiden hoe de stelselwijziging uitwerkt, noch voor gepensioneerden, noch voor werkenden. Dat zal later wel blijken.

Kwestie van vertrouwen….

Gepensioneerden moeten vertrouwen op het woord van regeringspartij D66 dat die erop toe zal zien dat ‘onredelijke effecten’ achteraf gerepareerd zullen worden. Het wordt aan de politiek overgelaten om te bepalen wat ‘onredelijke effecten’ zijn. Gepensioneerden hebben na de toeslagenaffaire en de manier waarop het kabinet met Groningen en andere crisissituaties omspringt weinig reden om optimistisch te zijn, zult u denken.

Hoe is het toch mogelijk dat de uitkomsten zo verschillend worden ingeschat? Van een stevige plus naar een stevige min. Arno Eijgenraam, pensioendeskundige en voormalig medewerker van De Nederlandsche Bank legt het uit op zijn blog. Hij rekent voor hoe een verlaging toch als een verhoging gepresenteerd wordt.

‘Hoe kan het dat deskundigen elkaar op een zo belangrijk onderwerp zó tegenspreken? Dat komt doordat de minister redeneert vanuit een nominaal denkkader en een actuarieel adviesbureau als Confident vanuit een reëel denkkader. Ik zal dit nader uitleggen. Stel u hebt € 1.000 pensioen. En laten we nog even uitgaan van 2% inflatie. (Maak gerust uw eigen rekenvoorbeeld met de huidige inflatie.) En laten we uitgaan van € 5 indexatie. (=verhoging om gestegen prijzen te compenseren/TV). Dan hebt u volgend jaar € 1.005 pensioen. Maar de boodschappenkar die u nu kunt kopen voor € 1.000 kost dan € 1.020. Iemand die nominaal denkt, zal zeggen: mijn pensioen is omhoog gegaan. Ik heb nu € 5 meer. Maar iemand die reëel denkt, zal zeggen: mijn pensioen is omlaag gegaan. Er zit nu voor € 15 minder in mijn boodschappenkar’.

Ga voor complete blog van Arno Eijgenraam naar deze link.

Ziehier het complete dossier:  Dans rond de pensioenmiljarden

foto Homepage: Wikipedia

5 reacties op “Pensioendiscussie: het gegoochel met de cijfers
  1. Verhagen schreef:

    Juist een indexering waar ze RECHT op hebben

  2. Ton Verlind schreef:

    Anne Laning plaatste op zijn linkedin account de volgende opmerkingen bij bovenstaande blog.
    Je interpretatie van de max 5% klopt niet: bij economische tegenwind moeten pensioenfondsen kunnen meeveren, anders gaan ze failliet. Daar kun je niet een grens aan stellen. De 5% gaat alleen over de situatie indien pensioenfondsen bij invaren weinig vermogen hebben, ze dan niet door compensaties deelnemers er meer dan 5% op achteruit mogen laten gaan. Als fondsen vandaag zouden invaren zal dit hooguit bij een zeer beperkt aantal fondsen spelen.

    Daarnaast plaatste hij deze kanttekening:
    Beste Ton Verlind, waarom plaats je hier wel een stukje en een link naar een blog van Arno C. Eijgenraam waar maar 1 facet van het nieuwe stelsel wordt genoemd, maar niet de veel completere doorrekeningen van bijvoorbeeld:

    Ortec Finance: https://www.ortecfinance.com/nl-nl/insights/whitepaper-and-report/koopkrachtbescherming-in-de-solidaire-premieregeling

    De Nederlandsche Bank: https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=2022D34127

    Netspar: https://www.netspar.nl/publicatie/inkomenseffecten-bij-en-na-invaren-in-het-nieuwe-pensioencontract/

    Of lees dat een negatief rendement nog steeds tot een verhoging van de uitkering kan leiden: https://www.linkedin.com/posts/annelaning_wtp-activity-6965383847077158912-brWr

  3. J. Theunisz schreef:

    Een ander “strategisch handigheidje” (ook bekend van de mislukte decentralisatie van de jeugdzorg) is het aan andere partijen overlaten van de exacte verdeling van de gelden. Hierdoor kan men altijd beweren dat een voor iedereen geldende berekening onmogelijk van te voren te geven is. Daarom “moet” men zogenaamd spreken van een “mogelijkheid” tot indexatie in plaats van indexatie en blijft het onduidelijk wat er echt staat te gebeuren. In werkelijkheid is dit onwil, want van de verschillende soorten pensioenfondsen (vergrijsd, niet vergrijsd e.d.) zijn best aparte scenario’s te maken. Tot slot krijg ik het gevoel dat men niet transparant is over de omvang van de aan te houden (solidariteits)reserves. Worden deze nu groter of kleiner dan in het oude stelsel en wat betekent dit voor de uitkeringen?

  4. Ruud schreef:

    Hoe komt Arno aan een indexatie van slechts 5 euro op een pensioen van 1000 euro. Dat zou slechts 0,5% zijn, dat is wel heel erg weinig lijkt me.

  5. Hans Izaak Kriek schreef:

    Hi Ton, ik vraag mij nog steeds af waarom de politiek zo’n grote vinger heeft in de pensioenpap. Het gaat om geld van degenen die hebben ingelegd met aanvulling door de werkgever(s). Pensioen dat is toch een afspraak tussen werknemer en werkgever. De politiek mag zich hiermee niet bemoeien, maar dat doen ze al lange tijd. Ik had destijds de primeur van de greep in de kas door het kabinet bij het ABP. Jan Anneveld bestuurder van de CNV-ambtenarenbond CFO lekte bij mij het grote te kort en dat was groot nieuws.
    De betrokkenheid van de vakbeweging stelde toen ook al weinig voor net zoals nu. Ik denk dat de gepensioneerden straks gewoon de klos zullen zijn. Misschien is het een idee voor de vakbeweging om in ieder geval te eisen dat alle gepensioneerden als eerste de indexeringen krijgen waar ze recht op hebben.

Geef een reactie