Met het oog op de verkiezingen: gegijzeld door het geld

De financiële sector heeft een veel te grote negatieve greep op het maatschappelijke leven gekregen, schrijft Marjolein Quené in de Volkskrant van 14 februari 2021. Ze is historicus en bedrijfskundige.

Was het aanvankelijk een zegerijke wereld omdat het geld werd aangewend om relevante zaken te realiseren door bijvoorbeeld te investeren in nieuwe producten, tegenwoordig gaat het nog uitsluitend om aandeelhouderswaarde: dus geld verdienen om geld te verdienen.Het betekent dat de financiële eigenaren van bedrijven niet houden van de producten die deze bedrijven voortbrengen, maar nog uitsluitend van de winst die gegenereerd wordt. Daaraan wordt desnoods het belang van zo’n bedrijf opgeofferd.

Blinde vlek bij de politiek

Quené noemt het onthutsend dat er voor dit grove spelbederf, in de politiek zo weinig aandacht bestaat. ‘Zolang de financiële sector haar eigen gang kan gaan is het niet aannemelijk dat maatschappelijke ongelijkheid afneemt, de klimaatproblematiek wordt aangepakt of de noodzakelijke publieke investeringen plaatsvinden’, zegt ze. In deze sector prevaleert nog overwegend het eigen belang, niet gehinderd door enig politiek tegenspel.

Bedrijven worden leeggeplukt

‘Het winstbegrip is veranderd. Winst maken is noodzakelijk voor de continuïteit van de activiteiten in een bedrijf, voor innovatie en werkgelegenheid. Winst betekent nu niet meer de winst voor het bedrijf maar winst voor de aandeelhouder of geldschieter. Reserveringen voor de continuïteit heten nu ingehouden winst. De functie van een financiële manager in een bedrijf is tegenwoordig om geld uit het bedrijf te halen, ten dienste van de geldschieter: een bank, een aandeelhouder of private equity-investeerder. Het operationele management mag geen kosten maken voor de continuïteit van het bedrijf’.

Zelfs pensioenen zijn verworden tot handelswaar

Van het feit dat geld dominant is geworden in de sturing van de samenleving zijn ook gepensioneerden het slachtoffer, zo schrijft ze.

‘Een tekenend voorbeeld is dat de zekerheid van het pensioen voor werknemers is veranderd. Nieuwe boekhoudregels bepalen dat pensioenverplichtingen zichtbaar moeten zijn op de balans van een bedrijf. Dit zijn echter kosten of risico’s die de beurswaarde omlaag halen. Vrijwel alle bedrijfspensioenfondsen zijn dus inmiddels overgedragen aan aparte commerciële verzekeraars. Het pensioenakkoord legt nu alle risico’s bij de werknemers. Collectiviteit en solidariteit zijn er nog wel tussen werknemers onderling, maar de werkgevers hebben zich hier aan onttrokken. Het ministerie van Sociale Zaken stelt zich niet meer op als belangenbehartiger van álle inwoners, maar als grootste werkgever van Nederland. Opnieuw een onzichtbare, maar belangrijke verandering. Het pensioen is van een vorm van sociale zekerheid verworden tot een financieel product in handen van de financiële sector’.

Met steun van de VVD

Marjolein Quené wijst erop dat deze ontwikkeling in geen enkel verkiezingsprogramma een thema is, behalve bij de VVD en die legt voor het beleid met bovengenoemde negatieve effecten de rode loper uit.

TON VERLIND

 

.

 

Geef een reactie