Mediademocratie

De laatste jaren zijn radio- en televisie behoorlijk gedemocratiseerd. Die constatering staat haaks op de vaststelling van sommige somberkijkers in Den Haag die vinden, dat vooral de publieke omroep een eenzijdige, linksige uitstraling heeft. Links is de publieke omroep in mijn ogen niet, maar een beetje eenzijdig wel. De opiniering gebeurt helemaal niet zo slecht, maar wel vooral vanuit mannelijk gezichtspunt en overwegend met steeds dezelfde hotshots. Ik zie ook een zekere onthandheid met vrouwen. Laten we zeggen dat het de Nederlandse televisiemannen wat moeite kost om onze vrouwen met dezelfde égards en even serieus te benaderen als het driedelige grijs of de stropdasloze metromannen. Méér vrouwen in de opiniering zou dus een goede bijdrage kunnen zijn aan het vergroten van de diversiteit en de pluriformiteit.

Stel je ook naar gewone luisteraars kritisch op

Niet links, wel een beetje eenzijdig dus. Er worden verwoede pogingen gedaan om de kritiek te pareren en het beeld te corrigeren. Zo hebben “gewone” Nederlanders tegenwoordig ruimhartig toegang tot onze nieuwszender via populaire inbelprogramma’s. Als ik het goed heb komen in die panels per dag zo’n 3000 Nederlanders via internet aan de bak, sommigen zijn uitverkoren en krijgen daadwerkelijk toegang tot de zender, waar hun bijdragen in het algemeen beperkt worden tot one-liners van een seconde of 5. Diepgravend zijn de analyses van het nieuws zelden. “Profiteurs”, “zakkenvullers”, “weg met die hap”, ik vind het niks” en in de tijd van de Joran-hype de vaststelling van sommigen, dat “hij het toch zeker gedaan moet hebben” zijn de woorden die in het luisteraars vocabulaire het meest gebezigd worden. Ik vraag me af of de radioredacties niet wat hogere eisen moeten stellen aan de deelname aan radioprogramma’s. Waaraan ontlenen die participerende luisteraars hun deskundigheid. Lezen ze de kranten goed? Kennen ze de achtergronden? Verdiepen ze zich er wel serieus in. Verdient die borrelpraat het om door te dringen tot onze nationale radiozenders.

Weinigen bepalen het beeld van Nederland

Het voordeel van radio is, dat de bijdragen van het Nederlandse volk nog enigszins gemodereerd worden, waardoor serieuze luisteraars gespaard blijven voor het verbale moeras, dat zo kenmerkend is voor veel internet-reactiesites, de speelplaats voor geflipte gekken, frustraten,haatzaaiers en psychopaten, de goede uitzonderingen daargelaten.

Het beeld van gewoon Nederland wordt inmiddels bepaald door een beperkt aantal mensen. Laten we zeggen: 3000 als het gaat om radio-exposure (veel reageerders zijn met naam en toenaam bekend bij sommige radioredacties, omdat ze áltijd en overál over bellen) en een paar honderdduizend als het gaat om televisie. Het zijn de mensen die tijd en zin hebben om alles te zien en hun meningen via internet dan wel telefoon te ventileren en bij televisie zijn het de sms-ers, die er het geld voor over hebben om talentshows, eurovisiesongfestivals en wat-dies-meer zijn te beslechten. Representatief voor Nederland zijn ze natuurlijk geenszins, maar door de intensiteit waarmee je wordt geconfronteerd met hun opvattingen ga je dénken dat ze het dna vormen van de Nederlandse samenleving. Ik word er niet altijd heel vrolijk van en zou het niet erg vinden als de presentatoren van de gesundenes volksempfinden-programma’s van de Nederlandse radio- en televisie ten aanzien van gewone Nederlanders dezelfde positie betrekken als ten opzichte van politici. Scherp kritisch, af en toe eens doorvragen, onzin afstraffen en laten zien dat veel van die volksmeningen op niets, maar dan ook totaal niets zijn gebaseerd. Stoppen met sms-stemmen zal wel niet gebeuren, want het is een aantrekkelijke bron van inkomsten, maar zolang de telefoon blijft bepalen wie hét talent van Nederland en Europa vormen, blijven we overgeleverd aan de risicoloze, weinig verrassende smaak van de straat en komt niet het echte talent bovendrijven, maar alleen onze ideale schoondochters en schoonzonen en daarmee alleen winnen we de oorlog niet.

 

Ton Verlind

Geef een reactie