Media als onderdeel van de macht

Bron: onderstaand interview is gepubliceerd in De Andere Krant van zaterdag 9 oktober 2021.

Toine Rongen

KRO-boegbeeld Ton Verlind: “Steeds meer mensen zien de media als onderdeel van de macht”

In zijn nieuwe boek ‘Een schitterende Slangenkuil’ bekritiseert Ton Verlind, jarenlang boegbeeld van de KRO, de mainstream media. “Feiten worden almaar minder belangrijk”, zegt hij in een interview met De Andere Krant. “Ik mis journalistiek die schuurt”. Afwijkende meningen, zoals die van Maurice de Hond, worden afgeserveerd. De boodschapper wordt zwart gemaakt, de boodschap zelf genegeerd. “De cancel-cultuur is een ware plaag”. Geen wonder dat de kijkers kritisch zijn: “Een steeds groter aantal mensen ziet de media als onderdeel van de macht”.

“Het luisteren en zoeken naar de diepere beweegredenen van mensen, het echte dóórvragen, is er niet bij. Televisie zoekt in het algemeen vooral naar dezelfde boodschap, die almaar wordt rondgepompt. Ook de bekende talkshow-tafels beweren allemaal hetzelfde”.

“Wat je ook vaker ziet, is dat nieuwsfeiten spectaculairder worden gemaakt dan ze in werkelijkheid zijn. Nieuws wordt ‘opgeleukt’. Soms denk ik: de media verslaan ‘de crisis’ niet, ze houden hem in stand. Dit creëert het gevoel dat we in een permanente staat van crisis verkeren”.

“Nog tot augustus van dit jaar meldden de nieuwsrubrieken eindeloos besmettingscijfers en ziekenhuisopnames. Dat voedt de angst. Wie voor de televisie werkt, leert al snel dat emotie scoort. Een van de sterkste emoties is angst. Ook kweekt het ongerustheid omdat het onheil binnenkort ook jou kan treffen. Dat media zo denken is volgens mij geen boze opzet of deel van een complot; zo werkt het nu eenmaal”.

“Zo probeerde bij Op1 op dinsdag 23 augustus 3031 buitenlandcorrespondent Bette Dam, gebaseerd op haar persoonlijke ervaring, een ander verhaal te vertellen over Afghanistan. Het beeld, zo wilde ze duidelijk maken, wordt in belangrijke mate bepaald door de grote persbureaus. Daar zitten in haar woorden vooral ‘witte mannen’, die hun informatie aangereikt krijgen van andere witte mannen, militairen met dezelfde culturele achtergrond. Die hebben er belang bij om de situatie in Afghanistan zo af te schilderen dat het in het beeld past van een barbaarse, niets-ontziende, onredelijke taliban. Dat is niet noodzakelijkerwijze het juiste plaatje, probeerde ze te betogen. Maar overmand door emotie kwam ze niet goed uit haar woorden. Presentator Nadia Mousaid hielp haar niet, maar jaagde haar juist nog wat meer op: ‘De tijd was om….’ Wat volgde was een volstrekt onbeduidend gesprek met een acteur”.

“Rond de talkshows zie je nog iets opmerkelijks. Ze worden deels gepresenteerd door anchors die niet in vaste dienst zijn. Hun marktwaarde hangt grotendeels af van hoe ze zich op televisie manifesteren. Dat zijn perverse prikkels van het systeem. Ze raken direct aan de journalistieke onafhankelijkheid. Toch is dat nauwelijks punt van discussie”.

“Scoren en behoud van marktaandeel lijkt in veel keuzes het belangrijkst. Mogelijk heeft dat te maken met het streven naar ‘verjonging’. Jongeren kijken volgens de uitgangspunten van de NPO het liefst naar spektakel en emotie en hebben een korte spanningsboog. Dat is een dead end, jongeren willen dat niet. Bovendien leidt het tot vervreemding van de natuurlijke bondgenoot van de traditionele televisie, de ouderen”.

“Emoties winnen van feiten. Na de moord op Peter R. de Vries riep minister Ferd Grapperhaus voor de camera’s, tot tranen toe bewogen: ‘Dit accepteren we niet, dit moeten we aanpakken’. Vervolgens gebeurt er niets en sukkelen we door naar de volgende crisis. Politici komen met deze loze praat veel te gemakkelijk weg. Ik hoop dan altijd op een journalist die de minister dan vraagt: Wat ga je concreet doen? Hoe ga je het aanpakken? Wanneer kunnen we de resultaten verwachten? En dat dan daarna zo’n minister op zijn huid wordt gezeten. Dat Grapperhaus-verhaal geldt natuurlijk ook voor Mark Rutte”.

“Nog een fenomeen: met name bij de talkshows ontdekten ze dat ook BN’ers scoren. Daarom zie je avond aan avond de Ab Osterhausen van deze tijd voorbijkomen. Steeds dezelfde ego’s. Pas je, ook als uitermate deskundige wetenschapper, niet binnen het frame van een uitzending, dan val je -ook al heb je een interessante afwijkende visie- sowieso buiten de boot. Maurice de Hond analyseerde al in het begin van de lockdown internationale studies en kwam tot de conclusie dat ventileren een probaat middel kon zijn tegen de verspreiding van het Covid-virus. Wie zich erin verdiepte zag dat zijn waarschuwingen best eens konden kloppen. Hij werd een jaar lang met pek en veren besmeurd. De afkeer van deze dwarsdenker werd zelfs zo groot, dat de Volkskrant ertoe overging een antisemitische afbeelding van hem te plaatsen. Hiervoor bood de hoofdredactie later wel zijn excuses aan”.

‘Nog zo’n mechanisme: ook al blijken dwarsdenkers alsnog gelijk te hebben, dat gelijk krijgen ze niet. Inmiddels gaf Rutte -in het spoor van andere landen- schoorvoetend toe dat De Hond gelijk had. Het Outbreak Management Team adopteerde ventilatie als een van de pilaren van de virusbestrijding. De Hond heeft dus uiteindelijk gelijk gekregen maar dan wel met deze woorden: ‘wat hij beweerde, is allang bekend’. Zijn onderzoek en inzet werden gebagatelliseerd. Begrijp me goed, ik ben geen wappie, maar ik ben wel voor het ruimhartiger toelaten van afwijkende meningen”.

“Ik maak het nu ook zelf mee. Op de verschillende platforms op social media kan ik zien dat de meeste viewers positief reageren. Maar niets daarvan komt van de NPO zelf. Hun communicatieafdeling reageert überhaupt niet op dit soort discussies. Toch vreemd voor een organisatie die ruim 800 miljoen euro belastinggeld opmaakt. Wel word ik bekritiseerd. Door de usual suspects. Onder wie van Westerloo senior, die een column schreef in De Telegraaf, met als ondertoon: wie (hij bedoelde mij) aan de kant staat, moet zijn mond houden. Hij had of het boek niet gelezen of de pointe gemist”.

“Waarschijnlijk onbedoeld, bewijst hij daarmee mijn gelijk: diskwalificeer de boodschapper, dan hoef je je verder in de onderliggende argumenten niet te verdiepen. Mensen verdacht maken, zodat hun onderbouwde mening aan kracht inboet -het is inmiddels een ware plaag”.

“Tegenstanders achtervolgen me nog geregeld. Zo krijg ik onterechte verwijten van zelfverrijking. Afgezien van Jojanneke van den Berge, toen journalist bij De Pers, later Powned, liet geen enkele journalist zich erover uit. ‘Ton Verlind krijgt wat hij verdient’, schreef ze. Nog steeds duiken dat soort berichten op. Kortgeleden nog bij ‘Geen Stijl’. Daar werd ik vergeleken met Sywert van Lienden, de man die ‘miljoenen verdiende aan mondkapjes’. Zo leek ik ineens een Porsche te hebben gekocht van geld dat ik van de KRO zou hebben geïncasseerd”.

“Een toenemend aantal mensen ziet inmiddels door dit alles de grote media als onderdeel van de macht. Misschien verklaart dat de woede die steeds vaker en terecht ook (TV: dit staat wel zo in dit artikel, maar ik vind het geweld tegen journalisten niet terecht, soms wel verklaarbaar) tegen journalisten geuit wordt. Burgers willen ook gehoord worden. De vragen die op hun lippen branden worden door journalisten bijna nooit gesteld. Als ze dat wel zouden doen, zouden in de toekomst die logo’s mogelijk gewoon weer op de satellietbusjes van de NOS kunnen blijven zitten”.

Hij zucht, verschuift zijn bril en zegt: “Sorry voor mijn felheid. Het is niet agressief bedoeld, het is een vorm van betrokkenheid. Boosheid is trouwens een goede drijfveer voor de journalistieke keuzes die je maakt”.

 

 

 

2 reacties op “Media als onderdeel van de macht
  1. Nicoline Maarschalk Meijer schreef:

    Wat Ton Verlind opmerkt, kom je overal op straat gewoon tegen. Bij verkiezingscampagnes in uiteenlopende winkelcentra in Nederland, als je wachtend op de bus in gesprek raakt bij de bushalte, gewoon in mijn eigen straat in het enige stuk niet-verjupte Jordaan, waar de overgebleven bewoners van deze buurt het spoor volkomen bijster zijn en hun heil op internet zoeken omdat ze zich niet herkennen in nieuws- en informatieve programma’s op (in het bijzonder) tv, zowel publiek als commercieel. Ik begrijp als journalist totaal niet waarom het onmogelijk is ‘gewone mensen’ aan het woord te laten behalve dat verslaggevers van hun winstgedreven werkgevers wel permissie moeten krijgen de kantoortuin te verlaten en hun beeldscherm te verruilen voor een straat met levende mensen om daar de tijd te nemen voor een echt gesprek ipv voorgekookte, manipulatieve vraag-antwoord afvinklijstjes langs te lopen in een tijdsbestek dat de 5 minuten niet overschrijdt. Tijd is tenslotte geld. Ook (misschien juist?) bij de publieke omroep helaas. Maar voor goede verslaggeving is tijd cruciaal. Dat zouden Van Westerloo en kompanen toch moeten weten. Of zouden ze last hebben van geheugenverlies?

  2. TheoM schreef:

    Teveel persoonlijke meningen van journalisten worden te vaak over een groot publiek uitgestrooid.
    Een andere mening wordt niet toegelaten, want dat komt niet uit.
    En zo worden meningen gevormd zonder na te denken of iets anders te onderzoeken of toe te laten.
    En dat noemt men journalistiek , wederhoor is ver te zoeken . Kijk naar Jinek heeft een eigen inzicht ( redactiebureau) en wijkt daar niet van af

Geef een reactie