Antwoord aan Lex van Haarlem

Lex van Haarlem plaatste op de site Pluspost deze reactie naar aanleiding van mijn vorige weblog: “Met termen als “postmodern-neoliberaal” en de “hoge priesters van het postmodernisme” die staan voor de religie van een “postmoderne-neoliberale” economie maakt Ton Verlind het goed begrijpen van deze column mijns inziens tot het exclusieve voorrecht voor juist de ingewijden van een typisch postmodern taalspelletje”. Door deze reactie voel ik me prettig uitgedaagd tot een onderbouwing van mijn verhaal.

Efiiciency is belangrijker dan effectiviteit

De begrippen “neo-liberaal” en “postmodern” zijn ontleend aan het boek “Liberticide”, waarin een aantal wetenschappers onder redactie van Tiers Bakker en Robin Brouwer hun visie geeft op de huidige economische samenleving. Met die termen wordt de samenleving beschreven, zoals we die op dit moment kennen en waarvan het kenmerk is, dat die is doordrenkt van het marktdenken. Efficiency (zo goedkoop mogelijk leveren) wordt belangrijker gevonden dan effectiviteit (het zo goed mogelijk realiseren van –kwalitatieve- doelen).

Maatschappelijke kosten nemen toe

1eurotekenOnder het mom van kostenreductie is er veel geprivatiseerd, waaronder bijvoorbeeld de zorgsector. Tot echt goedkoper werken heeft dat niet geleid, wel tot een afname van kwaliteit en motivatie. Het sociaal toezicht (conducteurs, loketbeambten, concierges) is wegbezuinigd. Er zijn geautomatiseerde systemen voor in de plaats gekomen. Neveneffect daarvan is dat bijvoorbeeld vandalisme, kleine criminaliteit en ontevredenheid zijn toegekomen. Als je de kosten daarvan afweegt tegen de besparingen, zou de financiele balans wel eens negatief kunnen uitpakken.

Zorg: van persoonlijke betrokkenheid naar economisch principe

In het huidige economische denken zitten dus ook nogal wat onlogische elementen: het voordeel voor weinigen, de kosten voor velen. De almaar groeiende overheidsuitgaven vormen daarvan het bewijs. Het voordeel wordt behaald bij de bedrijven, de kosten die er uit voortkomen gaan naar de samenleving. Waar in het verleden het verlenen van zorg gebeurde vanuit het oogpunt van persoonlijke betrokkenheid, is het geven van zorg nu bijvoorbeeld een economisch principe geworden. Volgens de schrijvers van Liberticide maakt het de samenleving niet leuker, in ieder geval niet effectiever en menselijker.

Economisch denken als onwrikbaar geloof

klompenHet geloof in de huidige economische orde is zo groot, dat die overtuiging vergeleken kan worden met het fundamentalisme waarmee sommige religies beleefd worden. De voorstanders dulden weinig tegenspraak. Globalisering, de totstandkoming van Europa, de noodzaak van een Europese economische regering: het wordt als een soort vanzelfsprekend beleefd: als een autonome ontwikkeling, die we alleen nog maar kunnen volgen, waar geen “nee” meer mogelijk is. Wie die vanzelfsprekendheid ter discussie durft te stellen wordt als “onrealistisch” aan de kant gezet. “Je moet eens kijken hoeveel Nederland aan Europa verdient”. “Waar zouden we met onze handel zijn zonder Europe” etc. In die discussie worden dan wel de voordelen genoemd (Nederland is nettoverdiener aan Europa), maar niet de nadelen (we moeten nu miljarden investeren om dat voorrecht veilig te stellen, met het risico dat we het geld op den duur kwijt zijn en er een negatieve rekening rest). Hierbij wordt uit het oog verloren dat een soevereine natie nog altijd eigen afwegingen kan maken, ook al horen daar waarschijnlijk offers bij.

Nadenken over een eigen Nederlandse weg

De Europese eenwording kent veel hogepriesters die het geloof daarin als een onomkeerbare werkelijkheid verkondigen. Er is geen echt debat, waarin argumenten worden uitgewisseld. Er is geen serieus onderzoek, waarin voor- en nadelen naast elkaar worden gezet. Er is niet zoiets als een visioen, een eindplaatje: waar stevenen we op af en willen we dat? Er is een zeer beperkte burgerbetrokkenheid. Geen politicus durft een referendum over Europa aan, omdat men de uitkomst kent. Gewone burgers willen “pas op de plaats” en weten waar de trein naar toe dendert. Politici werken dus aan een samenleving, die de gemiddelde Nederlandse burger waarschijnlijk niet wil. Ook omdat veel belangrijke vragen onbeantwoord blijven: waar komt het profijt van Europa eigenlijk terecht? Vooral bij de grote globale structuren, banken, multinationals. Maar is hun belang automatisch gelijk aan het belang van individuele burgers? Wat heeft iemand met een pensioen eraan als hij op zijn persoonlijke levensgeluk moet inleveren, om solidariteit te betrachten met landen die hun huishouding niet op orde hebben? En is het denkbaar dat we in de ontwikkeling van onze samenleving ook nog andere maatlatten hanteren dan de economische? Dat debat wordt niet gevoerd, de trein dendert door en het geloof in de huidige economische orde komt daarmee in de buurt van de dogma’s waar sommige religies om worden verfoeid.

 

Ton Verlind

6 reacties op “Antwoord aan Lex van Haarlem
  1. Kim Tjoa schreef:

    Individuele vrijheid en verantwoordelijkheidsbesef

    Lex, als je mijn boek hebt gelezen, dan weet je waar ik vandaan kom en waarvoor ik sta. Ik koppel het proces van persoonlijke bewustwording, dat wil zeggen het proces dat ons vermogen om te denken en te voelen met elkaar in balans brengt, aan verantwoordelijkheidsbesef en de notie van individuele vrijheid. Ik sluit mij aan bij het filosofisch onderscheid tussen een persoonlijk leven gebaseerd op liefde, in de zin van vertrouwen of angst. Op het niveau van de samenleving komt dit tot uiting in het onderscheid tussen individuele vrijheid of slavernij. Fréderic Bastiat, maar ook William Graham Sumner hebben in het midden van de 19e eeuw hierover mooie essays geschreven. Ik ervaar dat in onze moderne tijd het besef van deze tegenstellingen is verdwenen. Ik zie het momenteel als mijn taak, dit besef weer te activeren omdat het van belang is voor een zuivere discussie over maatschappelijke problemen. De premissen moeten immers wel kloppen, denk ik zo. Mek, ken je het boek van Hazlitt? Zo ja, kun je mij dan passages in het boek aanwijzen, waarvan jij vindt dat die dogmatisch, utopisch en kansloos zijn. Mogelijk dat we daar dan samen verder over van gedachten kunnen wisselen.

  2. Mek schreef:

    Marktwerking is fantastisch, maar niet onfeilbaar

    Kim Tjoa zegt: “De welvaart die wij kennen is gebaseerd op de idee van (i) kapitalisme (ik mag privé eigendom hebben om daarmee investeringen te doen), (ii) arbeidsspecialisatie (een ieder van ons doet waar hij goed in is) en (iii) het marktmechanisme, waarin de verhouding tussen vraag en aanbod (overvloed en schaarste) de prijs van goederen en diensten bepaalt. . Ondertussen noemt hij onze samenleving socialistisch, immers de overheid bepaalt namelijk het kader waarbinnen de private sector opereert. . MAW, er is volgens Tjoa dus toch welvaart in onze samenleving voortkomend uit principes die Tjoa (geheel onterecht) socialistisch noemt. . Of hebben we nu geen welvaart? . Jawel, heel veel zelfs. Kim Tjoa zijn verhaal rammelt aan alle kanten. Het is inconsistent. Daarnaast is het dogmatisch en utopisch. Kansloos. . Zijn probleem is dat hij geen maat weet te houden. Marktwerking is fantastisch, maar niet onfeilbaar. Hiervoor heeft hij een blinde vlek.

  3. Lex van Haarlem schreef:

    Aanvulling

    In de tweede regel van mijn reactie hierboven aan Ton Verlind moet “nader gedefinieerd” zijn: “niet-nader gedefinieerd”.

  4. Lex van Haarlem schreef:

    Fundamenteel andere invalshoek

    Beste Kim, . Het ziet ernaar uit dat ik hierboven een fundamenteel andere invalshoek kies dan jij. Misschien is dat gezichtsbedrog, maar het valt wel op dat jij jouw gelijk over het economische denken op deze plaats ‘enigszins betweterig’ stelt tegenover dat van Ton Verlind. . Dat verrast mij eerlijk gezegd een beetje, omdat jij met de titel van jouw boek : “Persoonlijke bewustwording en vrije markt; 26 inzichten voor een nieuwe manier van leven” precies ook het belang bevestigt van wat ik naar aanleiding van de column van Ton Verlind aangeef. Namelijk dat juist het werken aan verdiepend inzicht en bewustwording in al onze redelijke argumentaties gemakkelijk het kind van de rekening kan worden. . Kies jij in deze discussie nu bewust voor de polemiek of spreek jij jezelf misschien onbewust een beetje tegen op waar het je werkelijk om gaat? Of ben ik misschien te goed gelovig waar het gaat om de titel van jouw boek, en daarmee ook waar het gaat om de column’s van jouw hand op deze site?

  5. Kim Tjoa schreef:

    Onvervalst socialisme

    Ton, je verwart marktdenken met socialisme. Onder socialisme versta ik; de overheid bepaalt de spelregels waarbinnen de private sector mag handelen om vervolgens al die zaken te constateren waarover jij het in deze column hebt. De welvaart die wij kennen is gebaseerd op de idee van (i) kapitalisme (ik mag privé eigendom hebben om daarmee investeringen te doen), (ii) arbeidsspecialisatie (een ieder van ons doet waar hij goed in is) en (iii) het marktmechanisme, waarin de verhouding tussen vraag en aanbod (overvloed en schaarste) de prijs van goederen en diensten bepaalt. De USSR heeft ons laten zien dat socialisme en centrale planning slechts kunnen leiden tot schaarste en armoede. In zijn bestseller uit 1946 (zie link: fee.org/pdf/books/Economics_in_one_lesson.pdf) legt Henry Hazlitt de simele wetten van economie en welvaart uit. Voor de overheid en diens interventionisme is daarin geen plaats omdat het organische samenspel tussen kapitaal, arbeid en vraag en aanbod daardoor wordt verstoord. Met andere woorden jouw ‘postmoderne-neoliberale economie’ is niets anders dan onvervalst socialisme. Het is een PvdA-economie met alle kwalijke gevolgen van dien. Met ‘The Wealth of Nations’ van Adam Smith heeft het verder weinig te maken.

  6. Lex van Haarlem schreef:

    Economisch denken als onwrikbaar geloof

    Beste Ton Verlind, . Zeer bedankt voor deze column, waarin jij jouw kijk op de huidige werkelijkheid op een herkenbare wijze en in klare taal schetst (nu zonder een nader gedefinieerd gebruik van boekentaalbegrippen als een “postmoderne neoliberale economie”). Afgezien nog van het inhoudelijke beeld dat jij schetst als zodanig, spreekt het mij vooral aan dat jij je zeer kritisch uitlaat over het “economisch denken als onwrikbaar geloof”. Toch mis ik iets, juist t.a.v. dit belangrijke punt waarover gemakkelijk spraakverwarring ontstaat. Hieronder zal ik proberen dit bespreekbaar te maken. . [1] Kenmerkend voor elke vorm van onwrikbaar geloof – of dat nu religieus is, of niet-religieus, bijvoorbeeld liberaal of socialistisch – is dat de ‘gelover’ zijn kijk op de werkelijkheid tot de enige ‘ware waarheid’ verheft. Zoals hij of zij het ziet, zo (eenduidig interpreteerbaar) is het, en niet anders! . [2] Kenmerkend daarentegen voor elke vorm van niet-onwrikbaar (meer buigzaam) geloof – of dat nu religieus is, of niet-religieus, bijvoorbeeld liberaal of socialistisch – is dat de ‘gelover’ zijn kijk op de werkelijkheid laat beïnvloeden in de redelijke interactie met andere mensen, ook als die overtuigd zijn van heel andere geloofsopvattingen. Door die beïnvloeding kan de aanvankelijke geloofsinterpretatie van de werkelijkheid worden ‘bijgeschaafd tot’ of worden ‘ingewisseld voor’ een betere, overtuigender of meer realistische kijk op de werkelijkheid. Van belang hierbij is evenwel dat de ‘gelover’ ook dan blijft ‘geloven’ in zijn of haar (al dan niet aangepaste) ‘enige ware’ kijk op de werkelijkheid. Als er bijvoorbeeld in een goed gesprek op basis van redelijke argumenten gezamenlijk nieuwe conclusies worden getrokken, dan zijn die nieuwe conclusies juist en waar. Ook dan geldt vooralsnog: zoals de ‘gelover’ het weer ziet, zo eenduidig interpreteerbaar is het, en niet anders! . [3] Uit jouw column maak ik op dat jij deze tweede vorm van ‘niet-onwrikbaar geloven’ – of dat nu religieus is, of niet-religieus, bijvoorbeeld liberaal of socialistisch – niet als problematisch beschouwd. In redelijke kringen – waartoe bijvoorbeeld politici in de democratische rechtstaat zichzelf graag toe rekenen – wordt deze manier van werken doorgaans zelfs met trots als de enig juiste gepropageerd. Net zoals jij zegt men dan dat “het debat op een open manier moet worden gevoerd, en wel op basis van redelijke/rationele argumenten”. . Echter juist ook op deze tweede wijze van geloven die bij onze seculiere samenleving veel vaker voorkomt dan de eerste manier van geloven, blijven de typische problemen van deze tijd bestaan. Redelijke rationele argumenten (‘buigzaam geloven’) gaan namelijk evenzeer als onredelijke rationalisaties of zelfs onredelijke dogma’s (onwrikbaar geloven) voor alles over de wereld buiten ons. En zij hebben evenzeer als onredelijke rationalisaties of zelfs onredelijke dogma’s (onwrikbaar geloven) als belangrijk kenmerk dat zij geen oog hebben of slechts een’ziende-blind’oog voor de binnenwereld en gevoelswereld die wij allemaal hebben. . Zonder het gevoel bewust te laten meespreken verwordt rationeel redelijk overleg uiteindelijk tot precies dat wat ook onredelijke rationalisaties of zelfs onredelijke dogma’s (onwrikbaar geloven) zijn: geklets of geschreeuw, zonder oog voor de ontwikkeling van wezenlijk verdiepend inzicht. En dat laatste is juist waaraan wij in de huidige tijd zo’n grote behoefte hebben. Hoe het echter met die binnenwereld en onze gevoelswereld zit, daar gaan wij in onze seculiere westerse wereld vooral als ‘redelijke debaters met rationele argumenten’ maar al te graag gemakkelijk aan voorbij. In het geklets en geschreeuw doen wij de gevoelswereld onder het motto van een redelijkheid die vals is, al snel af als de ‘onredelijke onderbuik’. Die telt immers in het (vals) redelijke debat eenvoudig niet mee!

Geef een reactie