Kaalslag maakt natuurliefhebbers verdrietig

Het lijkt zo’n enorme tegenstelling: de geromantiseerde beelden waarmee Staatsbosbeheer zich op zijn websites presenteert. Mooie natuurgebieden, blakend in de zon. En de kaalslag die wandelaars ervaren als ze door De Vuursche bossen lopen tussen Hilversum en Baarn. Sommige delen van het bos zijn veranderd in iets wat nog het meest doet denken aan een maanlandschap. Het ruikt er lekker, dat wel. Naar hars en humus, maar voor argeloze voorbijgangers zijn het de geuren van verlies.

Schijn bedriegt, zegt boswachter Rein Zwaan met grote stelligheid, ‘Ik kan me voorstellen dat mensen het zo ervaren, maar er verdwijnt per saldo geen hectare bos’. Hij is teamleider van het team dat o.a. verantwoordelijk is voor Boswachterij De Vuursche.

Opbrengst van het hout komt ten goede aan het beheer

‘Kijk maar naar de cijfers’, zegt de boswachter. ‘Al lange tijd kapt Staatsbosbeheer landelijk 300.000 kubieke meter hout per jaar’. Het is niet méér geworden, ook niet sinds het moment dat het kabinet Staatsbosbeheer de opdracht gaf om voor de helft van het budget de eigen broek op te houden. Het zal eerder minder worden. ‘We hebben de afgelopen jaren een inhaalslag gemaakt in het verjongen van onze multifunctionele bossen”.  Het betekent dat per jaar 2 procent van het bosareaal in Utrecht is verjongd. Inmiddels wordt dat teruggebracht tot 1 procent. In jonge bossen valt niet te kappen en daarom zal de houtproductie langzaam teruglopen.

Beschermen, beleven, benutten

De boswachters van Staatsbosbeheer hebben 3 opdrachten: beschermen, beleven, benutten. Beschermen staat volgens Rein Zwaan met grote letters bovenaan. Daarbij heeft Staatsbosbeheer wel degelijk oog voor de schoonheid van het oude. Vernieuwen van het bos gebeurt met respect voor anciënniteit, dus dat wat natuurliefhebbers in de ouderdom van het bos waarderen. Recreatief gebruik -de beleving- is prioriteit nummer 2 en daarna komt pas de exploitatie. Verdienen doet Staatsbosbeheer volgens Rein Zwaan vooral door het verpachten van grond, mogelijk maken van evenementen en andere activiteiten. ‘Het kappen van hout levert geld op, maar dat is nodig om het beheer van de bossen goed te kunnen uitvoeren. In de subsidie die terreineigenaren krijgen voor het beheer van het bos is met de opbrengst van het hout rekening gehouden’.

Ervaren de boswachters van bovenaf niet de druk om de inkomsten te vergroten door méér te kappen.?

Rein Zwaan ontkent het met stelligheid. ‘Nee’, zegt hij. Zo staat hij er niet in. Dat het publiek er wél zo over denkt is hem bekend. Daarom wordt het volgende beheerplan waarin het onderhoud voor de komende jaren wordt beschreven, besproken met en beoordeeld door een onafhankelijke begeleidingsgroep, waarin veel natuurbelangen zijn vertegenwoordigd. Er is een nieuw ondernemersplan en er komt een nieuw beheerplan. ‘Met de doelen wordt niet gesjoemeld’.

Wat verklaart dan de kaalslag, de kapotgereden paden, de brede banen die de zware bosbouwmachines door het bos trekken met achterlating van een enkele eenzame boom?

‘Er is achterstand van onderhoud’, zegt Rein Zwaan, ‘dat zijn we in De Vuursche aan het inhalen en dat is wat mensen ervaren’. Elke vijf jaar komt een bosperceel aan de beurt. Dan kijken natuurdeskundigen hoe het er voorstaat. Of het bosperceel gevitaliseerd moet worden door het uit te dunnen. Daar komt nog bij dat door de afgelopen 2 extreem droge zomers de letterzetter heeft toegeslagen. Dat is een klein beestje dat tussen de stam en de bast van een door droogte verzwakte boom kruipt, waardoor zo’n boom op den duur het loodje legt. De letterzetter heeft een voorkeur voor bepaalde soorten bomen. Vrij veel bomen in De Vuursche zijn aangetast, maar het is niet alarmerend. Uit voorzorg worden sommige van die bomen wel gekapt. Vooral op de plaatsen waar de verzwakte bomen op den duur een risico kunnen opleveren voor de veiligheid van het publiek, zoals dat geldt voor de parkeerplaats langs de weg van Hilversum naar Baarn ter hoogte van het kantoor van de boswachter. Grote machines hebben tot schrik van veel bos liefhebbers het terrein rond de parkeerplaats kaalgevreten waardoor passanten vanaf de weg vrij uitzicht hebben op het glinsterende blik van geparkeerde auto’s en de zendmast voor telefoonverkeer, beide bepaald geen symbolen van natuurvriendelijkheid. Het terrein is inmiddels herplant, maar wie nu zeventig is en van de natuur wil genieten zal het herstel niet meer aan den lijve ondervinden.

foto: herplant parkeerplaats

Natuurlijk herstel

Daar waar gerooid is zal het bos zich op een natuurlijke manier herstellen en waar dat niet volgens verwachting gebeurt zal er nieuw geplant worden. Daarbij wordt gestreefd naar meer variatie in de bomenpopulatie. De zomers in Nederland zullen droger worden. Daarom worden de kaarten gezet op natuurherstel met boomsoorten die beter tegen deze nieuwe weersomstandigheden zullen kunnen.

Oude bomen vangen veel CO2, jonge aanplant doet er jaren over om dat niveau weer te bereiken, zeggen bezorgde boswatchers op social media. Die redenering klopt volgens de boswachter. Maar jonge aanplant is op den duur in staat meer CO2 vast te houden dan de oude aanplant. Ook hier, in zijn visie, per saldo een positief resultaat. Het is wel een kwestie van even geduld uitoefenen.

Waar wordt het hout voor gebruikt?

Op verschillende plekken in het bos liggen de boomstammen hoog opgestapeld in afwachting van het moment dat ze met grote opleggers worden opgehaald om…. Ja, wat gebeurt er met dat hout? Op social media wordt druk gespeculeerd. Voor die vermaledijde biomassacentrales menen sommigen met zekerheid te weten. Zo worden bossen die het perfecte instrument zijn ter bestrijding van onze overmatige CO2 uitstoot gerooid om via biomassacentrales ons klimaat te redden terwijl die bossen daar oorspronkelijk in volle glorie al zo druk mee waren.

Het oogsten van hout door Staatsbosbeheer zit veel natuurliefhebbers dwars, zo blijkt uit de reacties.

‘Elke Nederlander verbruikt per jaar 1 kubieke meter hout’, aldus Rein Zwaan. Daarbij gaat het overigens niet om hout dat in de open haard wordt gestookt, maar productiehout. 90 Procent van dat hout komt uit het buitenland. ‘Hoe duurzaam dat geproduceerd wordt weten we niet eens’. Staatsbosbeheer voorziet in iets minder dan 6 procent van de markt. Van dat hout weten we wél dat het duurzaam geproduceerd is. Bovendien wordt het milieu niet extra belast doordat het hout over grote afstanden vervoerd moet worden. Hout uit Nederlandse bossen is dus niet per definitie slecht, vindt hij, maar levert juist ook als het is gerooid een bijdrage aan het halen van de klimaatdoelen. En om meteen een eind te maken aan het spook van de biomassacentrales. Daar gaat hooguit wat restmateriaal naar toe. ‘Het hout dat we oogsten krijgt voor 70 procent een duurzaam doel, in de bouw, de papier- en de meubelindustrie en zo houden we CO2 vast. 30 Procent is resthout en daarvan gaat 10 procent naar biomassa. We kappen niet voor geld of biomassa’. Het resthout in De Vuursche blijft achter in het bos om de bodem te voeden.

foto: voor meubel- en papier-industrie

Communicatie kan beter

Staatsbosbeheer mag dan deskundig zijn op het gebied van bosbeheer, de communicatie daarover is naadje. Waarom worden wandelaars zo meedogenloos geconfronteerd met die kaalslag zonder dat er enige informatie over wordt gegeven?

‘Goed punt’, vindt Rein Zwaan, ‘we gaan borden plaatsen waarop mensen kunnen zien hoe het in de toekomst zal worden’. Hij verwacht dat de blije gezichten dan weer terug zullen komen.

TON VERLIND

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*