Jan Tromp bewijst zijn generatie een slechte dienst

Aanschouwelijk en met hoorbaar genoegen beschreef oud-radiomaker Jan Tromp en huidig Vara actualiteiten-anchor (Uitgesproken Vara), vanmiddag in de rubriek Mediazaken van de NCRV hoe hij geniet van het geluid van een schaar, die zich door krantenpapier vreet. Er gaat niets boven dat geluid, beweerde Jan. Het is welhaast een erotische ervaring. Uit deze beschrijving leid ik af, dat de Vara-opiniemaker in het internettijdperk nog zelf een archief bijhoudt en daartoe krantenartikelen knipt. Het is een bezigheid, waarvan ik alles weet. Ooit als aankomend journalist gestart bij de radioactualiteitenrubriek van de TROS moest ik door schande ondervinden, dat deze omroep (in 1974) niet deed aan archiefvorming. Wilde je in een radiointerview een paar intelligente vragen stellen, dan was je aangewezen op eigen research. Dus knipte ik kranten alsof mijn leven ervan afhing. Dat kostte een uur per dag. Mijn verzamelzucht ging van de ontwikkelingen in Noord-Korea tot aan het overleg in de sociaal-economische raad. Je kon maar nooit weten….

Radio op tijdklok

Op mijn werkkamer stonden 3 identieke draagbare radiotoestellen. Geschakeld op een analoge tijdklok namen ze alle radioactualiteitenprogramma’s automatisch op, zodat ik niets hoefde te missen, ook niet als ik me in mijn Peugeot 404 met mobilofoon en semafoon over ‘s heren wegen spoedde op zoek naar het volgende nieuwsonderwerp van 3 minuten. Die mobilofoon werkte op Philips-buizen: je moest na het inschakelen dus altijd 5 minuten wachten tot ze warm waren, voordat je via een van de radiotorens van de PTT verbinding kon leggen: een wonder van techniek. Bleef het apparaat aan, terwijl je auto stilstond, zat je weldra met een lege accu. Je drukte op een zwart knopje, waarna het apparaat een gerustmakende pieptoon produceerde, weldra gevolgd door een allerliefste telefoniste, waaraan je kon melden met welk telefoonnummer je verbonden wilde worden.

Mogen we even voor?

Omdat we met veel verslaggevers, vaak op de weg zaten leerden we die telefonistes in het hele land persoonlijk kennen. Ze vonden de snelle boys van de Hilversumse actualiteiten wel boeiend en daarom kregen we bij het leggen van verbinding vaak voorrang. Dan werd een lopend gesprek met een andere, minder tot de verbeelding sprekende PTT-klant onderbroken met het argument: “er moet snel iets dringends voor de radio tussendoor”. Er was nog geen verhuftering (behalve dan die van onszelf), dus ondervonden we weinig tegenspraak en schiepen zo voor onszelf de illusie, dat we tot een bijzonder kaste behoorden.

Wat ben ik blij met internet

Mijn op tijdklokken werkende radiotoestellen zijn natuurlijk allang vervangen door “uitzending gemist”. Mijn schaar trekt geen sporen meer door het krantenpapier, want ik hoef op internet maar een onderwerp in te tikken en ik krijg alle relevante informatie die ik hebben wil. Bellen doe ik nog nauwelijks, want mailen is gemakkelijker. Mijn buizen-mobilofoon ter grootte van een kleine boekenkast is vervangen door de I-phone en dagelijks geniet ik van de geneugten van de techniek, die het journalistieke werk zoveel gemakkelijker heeft gemaakt. Aan Jan is het allemaal niet besteed. “Ik knip”, zei hij vanmiddag in het radioprogramma. “en ik blijf knippen”. Tot mijn spijt voel ik niet mee in dit valse sentiment. Sterker nog: ik vind dat Jan zijn generatiegenoten een slechte dienst bewijst. Eigenlijk beweert hij, dat de ganzenveer toch beter is dan de typemachine. Een verkeerde bijdrage aan de beeldvorming rond zijn generatie. Opinionleaders, zoals Jan, moeten juist de uitdaging voelen om een brug te slaan. Bijvoorbeeld tussen de schaar en de copy/past-toetsen van de computer.

 

Ton Verlind

Geef een reactie