In Memoriam Lajos Kalanos

Ik herinner me hoe cameraman Lajos Kalános me ooit in een onverhoedse beweging onder zijn armen nam en een collega van gelijk gewicht onder de andere arm. Bij elkaar opgeteld moet het 170 kilo zijn geweest, los van zijn eigen niet-onaanzienlijke gewicht. Zo liep hij enkele tientallen meters in draf over straat. De boodschap was duidelijk. Hij wilde ons groentjes laten merken, dat hij ons de baas was. Ik voelde in zijn omklemming de oerkracht, die uit dat lichaam opwelde. Pas later, toen ik meer had gehoord over zijn gevangenschap in een Hongaarse cel en zijn vlucht naar Nederland, zou ik begrijpen dat het de weerspiegeling was van de grote kracht, waarmee hij de dodencel overleefde. Hij sleepte niet alleen zichzelf door de ellende, maar ook een aantal van zijn celgenoten. In Nederland nam hij zich voor cameraman te worden om zich als journalist in dienst te stellen van de mensenrechten. De kracht van de camera tegenover het geweld van kalashnikows.

Een paar jaar na dit voorval ging op zondagochtend de bel. Ik deed open en Lajos deponeerde glunderend een vuilniszak vol stinkende voorns (het kunnen ook brasems zijn geweest) voor de deur. “Gevangen”, zei hij. “In ’t Gooimeer: ze lagen zo voor het oprapen”. Die ochtend viel nog meer Brandpunt-collega’s die eer te beurt. Lajos had de vis gevangen in het paaigebied van de plas water achter zijn huis. Met de kenmerkende krachtige slagen van de voormalig Hongaarse jeugdkampioen kanoën had hij zich in het visgewoel begeven en met een schepnet het wezenloze spul uit het water geschept tot de kleine tupperware kajak bijna zonk. Zoals God over water kon lopen, viste Lajos de zee leeg. Pas nu realiseer ik me, dat ook die onbegrijpelijke actie (wat moet je met een vuilniszak zoetwatervis?) een daad van overleving geweest moet zijn. Je moet het fruit plukken als het rijp is. Lajos is in alles een echte surviver.

Als we voor Brandpunt naar de uithoeken van het land gingen, begon de reis altijd bij Lajos. ’s Morgens 06.00 uur. Naar Hongaars gebruik thee met palinka. Onderweg zag ik dat hij afwisselend hapte in zijn boterham en Hongaarse peper. Toen ik het ook probeerde verschenen de blaren op mijn tong. Met Lajos was het altijd feest. “Ga je nu al weg?”, zo bewerkte hij je geweten na een gezellig samenzijn. Maar hij zei het ook als je al uren was geweest. Of als het eerste daglicht alweer gloorde. Aan gezelligheid mocht nooit een eind komen. Ik denk, dat ik Lajos zo het meest waardeer. Als authentiek mens, als geboren avonturier, als iemand die van iets gewoons altijd iets bijzonders wist te maken

Lajos wil mensen om zich heen. Dat is geen probleem, want mensen willen ook altijd in de buurt van Lajos zijn. Zijn verjaardagsfeesten immer een bonte mengeling van karakters. Aan de samenstelling kon je zien met wie hij in de voorafgaande week zakelijk dan wel privé in contact was geweest. Iedereen was welkom van straatveger tot bisschop. Ja, ook de bisschop. Ik herinner me nog het voorval met de bisschop van Haarlem en C., een van de eerste vrouwelijke Brandpunt-verslaggevers. Ze was onorthodox. Toen ik met bewasemde bril op een koude nieuwsjaarsavond in Naarden op de tast mijn weg zocht naar de jarige Lajos passeerde ik het bankstel waar de dijen van C. wulps waren gedrapeerd over de leuning naast een man in een zwart pak. Ik gaf hem een hand en zei: “leuk bisschop, dat u hier bent”. Ze kreeg een kop als een pioen stond op en zei tegen de bisschop: “Sorry bisschop, ik wist niet dat u een bisschop was”. Ook dit was het leven van Lajos, dat hij kon leven mede dank zij zijn partner Jutka: een bonte verzameling vreemdgevederde vrienden.  Het circus Jeroen Bosch.

Het is deze Lajos waarop ik enorm gesteld ben. Ik denk het vaker, dan ik het zeg, maar dat is tegelijk ook het wezen van een echte vriendschap. Je hoeft het niet steeds te bewijzen. Ik ken ook de andere Lajos. Die met de tranen in zijn ogen. Omdat hij zich soms pas bij het bekijken van zijn eigen beelden in de montagekamer realiseerde welke verschrikkingen hij had gefilmd. Het is het lot van de cameraman. Als hij draait ligt de camera als filter tussen de werkelijkheid en de persoonlijke beleving. Zo kun je de vreselijkste dingen aan. Maar als de veilige sluier weg is komen de gemonteerde beelden als een mokerslag binnen. Hij ontliep de ellende niet, hij zocht hem op. “We moeten er heen”, was een gevleugelde uitdrukking als Pinochet in Chili zich te buitenging of er in Argentinie mensen uit vliegtuigen werden gegooid. Historisch is de reportage van Lajos en George Mustert van de schietpartij in El Salvador tijdens de begrafenis van bisschop Romero. Er kwamen vele onschuldige mensen om het leven. Alles wat we van deze gruwelijke gebeurtenis ooit internationaal op enig televisietoestel hebben gezien, is gedraaid door Lajos en verslagen door George.

Lajos is niet meer. Afgelopen dinsdag om half tien ’s morgens overleden, omdat zijn lichaam op was. Op 82-jarige leeftijd.  “Ik voel dat het afloopt”, had hij een aantal weken eerder in het ziekenhuis al gezegd. Toch wist hij zich aan het bed te ontworstelen. “Tommie, het komt nu niet zo goed uit”, zei hij kort voor zijn overlijden aan de telefoon, nadat ik een sms-je had gestuurd of we elkaar konden zien. “Ik ga eerst naar Hongarije, maar daarna…”. Zo ging het vaak: Lajos op reis tussen twee culturen, 2 vaderlanden. Een ongebroken geest in een lijf dat hem meer en meer in de steek liet. Terwijl ik dit schrijf zie ik opnieuw de beelden voor me van de Katharsis-uitzending die ik begin negentiger jaren met Lajos maakte. Het ging over de opkomende vreemdelingenhaat in Nederland. Hij sprak wijze woorden. De uitzending eindigde met een zigeunerorkest, speciaal voor Lajos ingehuurd. Sentimentele, tranentrekkend muziek. Lajos zingt. Ik weet niet wat, maar het komt uit zijn tenen. De zigeunermuziek gaat naar de achtergrond. Ik hoor de stem van Lajos. LajosVan Nederland zal hij altijd blijven houden, zegt hij: het land van melk en honing waar hij in gevangenschap zo naar verlangde. “Dit is mijn land en hier wil ik sterven”, zijn in die uitzending zijn laatste woorden. Lajos adieu! Rust zacht.

 

 

10 reacties op “In Memoriam Lajos Kalanos
  1. wim Gijbels schreef:

    Hij was het die ons gezin tijdens een opname van brandpunt een kalkoen voor de kerst kocht. Ik denk er nog vaak aan terug. . Rust in vrede lanos.

  2. Richard schreef:

    Lajos was mijn eerste en mijn beste klant. Hij was mijn mentor en een soort van vader voor me. Vloeken kon hij als de beste op degenen die zich niet voor de volle honderd procent inzetten. Lajos “werreken joellie!” Kalanos en ik heb nooit ruzie gehad, want daar was geen aanleiding toe. Voor opdrachten heb ik nooit hoeven acquireren, want Lajos en zijn medewerkers beheerden mijn agenda volautomatisch, ook voor externe opdrachtgevers. Gouden tijden heb ik bij Kalanos beleefd, daar denk ik nog graag aan terug. De lunch werd aan tafel gevierd met vele confessies gezamenlijk, moslims van de NMO, christenen van de EO, de KRO en NCRV, multi-religieuzer kon het haast niet. Het einde van de Kalanos onderneming in studio 23 betreur ik immer nog ten zeerste. Daarna ben ik geëmigreerd. Later heb ik vele nare verhalen over Kalanos gehoord, maar niet eentje die ik kan bevestigen. Lajos was een onrechtbestrijder pur sang en dat was in zijn onderneming goed te merken. Werknemers van allerlei prachtig pluimage had hij in dienst. Harde werkers, maar niet allemaal even zuiver op de graat. Enigen hebben naderhand gezegd, dat zij dachten dat ik in vaste dienst van Lajos was. Dat klopt niet, ik was toch echt freelancer, maar woonde zowat in zijn onderneming. Ik denk nog graag terug aan die goede oude tijd. Lajos, rust zacht.

  3. Jaap Bakker schreef:

    Mijn ontmoeting met Lajos, was bij een reportage op het ijselmeer
    Over de inpoldering van de markerwaard. Aan boord, bij behoorlijke hitte, kwam de vraag of er iets te drinken was. ” Alleen karnemelk ” een grimas op zijn gezicht, maar hij dronk het. De volgende dag, bij Lajos thuis, gelachen, zijn vrouw zij dat nog niemand in de wereld Lajos karnemelk te laten drink.
    Samen vlees gebakken en toen de heerlijkste hongaarse worstjes gegeten, die je kan bedenken. Een fantastische middag door gebracht, een man om nooit te vergeten.
    Ik wens zijn vrouw sterkte.
    Jaap Bakker

  4. Esther van Laake Hilhorst schreef:

    Ik schrok, toen ik hoorde dat Lajos was overleden. We hebben elkaar ontmoet bij Cine Centrum, toen hij net uit hongarije was gevlucht. NAderhand heb ik hem nog eens ontmoet in een mode winkel in het Hilvertshof. Hij was een hele charmante man en ik bewaar goede herinneringen aan hem.

  5. Jan Goeijenbier schreef:

    Ton,

    Lajos zou jouw woorden niet overdreven hebben gevonden, want hij hield van passend eerbetoon. Hulde dus. Had begin jaren ’80 in de Tweede Kamer met Lajos te maken. Hij wist Jan Terlouw erg op zijn gemak te stellen, ook zo bewees hij groot vakmanschap. Een ware Mohikaan.

    Jan

  6. Chris schreef:

    Een man om nooit te vergeten…

  7. Ellen schreef:

    Mooi!!

  8. Joop Fenstra schreef:

    Lajos was gewoon de Godfather van het camerabeeld!

  9. john schreef:

    Prachtig ‘in memoriam’…

  10. Michiel Praal schreef:

    Beste Ton,

    Dank je wel voor het prachtige in memorium voor Lajos Kalanos. Treffend zoals je hem beschrijft. Zo herinner ik hem ook. Gedreven en moedig in zijn zoektocht naar rechtvaardigheid. Met een groot hart. Sterk als een rots. Bewogen. Kritisch. Vasthoudend. Collegiaal. Bewust. En genietend van het leven in vrijheid. Dat hij moge rusten in vrede.

    Michiel Praal

Geef een reactie