Het vileine gevecht (om kijkers?) tussen Patty en Ajouad El Miloudi

Patty Brard heeft in het programma “Ranking the Stars” tegen KRO/NCRV-presentator Ajouad El Miloudi gezegd, dat hij moet oprotten naar zijn eigen land. Bedoeld is Marokko. Patty vloog uit de bocht, nadat Ajouad haar onderop zijn lijstje van “bekende” Nederlanders had geplaats, waarnaar een straat vernoemd zou moeten worden. De eindredacteur van het programma haalde de gewraakte passage uit de uitzendband, maar Aljouad El Milouda gaf daarna tot woede van Patty Brard zelf ruchtbaarheid aan de gebeurtenis.

Bodemloze put

Het programma Ranking the Stars is een voorbeeld, dat er bij de publieke omroep nog te bezuinigen valt ten faveure van serieuze onderzoeksjournalistiek en voor Patty Brard zou een verbod moeten gelden op publieke optredens, althans bij de NPO. Ik heb me voorgenomen in mijn weblogs niet teveel superlatieven te gebruiken, anders zou ik haar aandachtziek willen noemen, voortdurend met zichzelf in gevecht op zoek naar erkenning. Ik denk dat mijn echtgenote milder zou zijn en bij Patty vooral haar behoefte aan waardering zou zien en begrijpen. Wat mij betreft hoeft die behoefte niet met belastinggeld vervuld te worden: het is een bodemloze put.

Aljouad

Ik heb ook kritiek op Ajouad El Miloudi. Het is niet terecht dat hij op zijn afkomst wordt aangesproken. Tegelijk is zijn afkomst voor hemzelf een onuitputtelijke bron van inspiratie. Hij start binnenkort voor de KRO/NCRV met een programmaserie over de pro’s en contras van zijn afkomst. Vandaag vertelt de presentator in een interview in De Volkskrant, dat hij eigenlijk nooit het leven heeft geleid dat hij wilde, maar vooral rekening houdt met wat zijn eigen omgeving als sociaal gewenst gedrag ziet. Zijn programma, zo zegt hij, biedt vooral inzicht aan autochtone mensen.

Spagaat

“Je ziet wat een jongen die opgroeit in twee culturen meemaakt. Het is niet altijd even gemakkelijk om in die spagaat te zitten, om altijd te wikken en te wegen”. Zo maakt Ajoud El Miloudi de begrippen autochtoon/allochtoon zelf tot onderwerp van gesprek. Het gevaar van zelfmedelijden en slachtofferisme loert om de hoek. Het levert hem het verwijt van Patty Brard op, dat hij een “betrekkelijk onschuldig voorval” in de uitzending tot nieuwswaardige proporties opblaast om zo aandacht te genereren voor zijn programma. Daar zit iets in. De presentator had ook kunnen kiezen voor de-escalatie en verbinden (het hoofdthema van de publieke omroep) door met Brard een stevig gesprek aan te gaan, zodat ze opmerkingen van deze aard niet zou herhalen. Nu koos hij ervoor om het incident naar buiten te brengen, waardoor het grote proporties kreeg en dat op het moment dat elke aandacht voor zijn nieuwe programma zeer welkom is. Het kan een marketingtruc zijn of een deel van zijn persoonlijke strijd. Met betrekking tot dat laatste vraag ik me af hoe bijzonder zijn ervaringen eigenlijk zijn. En daarom ging ik terug naar mijn eigen jeugd, die zich vanaf 1950 afspeelt in het Brabantse Leur.

Herkenbaar

In een aantal opzichten leidt dat tot een beschrijving van dezelfde ervaringen. Heb je bijvoorbeeld de pech uit het zuiden te komen, dan heb je waarschijnlijk een katholieke achtergrond en als brandmerk een zachte G. Mede omwille van dit laatste feit was je een jaar of 40 geleden niet bij voorbaat welkom in mediastad Hilversum. Dat desalniettemin mensen uit de periferie van het land een mediacarrière konden maken was vooral te danken aan de opkomst van de rebelse TROS. Een omroep die bij het randstedelijke establishment niet welkom was, omdat de organisatie zich vooral richtte op de “gewone man” met –wat toen gezien werd als- platte programmering. Daar bestond zelfs een term voor: vertrossing. Het leverde programma’s op die overigens het toppunt van goede smaak waren, vergeleken met de egotripperij in “Ranking the stars”.

Not-done

De Tros kon geen serieuze journalisten aan zich binden, want voor deze nieuwkomer werken was not-done en daarom recruteerde het bedrijf aankomende jochies uit de provincie, die bij de echte omroepen geen kans maakten.

Spastische omgang met sex

Was je katholiek, dan kreeg je al met de paplepel ingegoten dat sex uitsluitend dient voor de voortplanting. Homosexualiteit was geen issue, laat staan dat het veroordeeld werd. Hadden we geweten wat het was, dan hadden we het veroordeeld. De huidige generatie babyboomers heeft de knellende invloed van pastoors op het sociale leven nog meegemaakt. Ze kwamen op bezoek in katholieke gezinnen om een genevertje te drinken en en passant de voortplanting te stimuleren. Kwam je weinig in de kerk, dan werd je daarop aangesproken. In katholieke kerken zaten mannen en vrouwen, net als in de moskee nu, gescheiden. Vanaf het altaar gezien: mannen links, vrouwen rechts. De mannen moesten hun hoofddeksel in de kerk uit eerbied AF, de vrouwen om dezelfde reden een hoofddoek OM. De nonnen in het katholieke onderwijs werden voor de leerlingen aan het zicht onttrokken door een Nikab-light. “Light”, omdat we wel hun gezicht konden zien. Verder verborg de verpakking alle lust-opwekkende vrouwelijke contouren. De pastoor zag vrouwen het liefst achter het aanrecht, in volle toewijding aan de opvoeding van de kinderen. Een stille vorm van repressie, die er wel degelijk was, maar toen niet zo werd ervaren. De spastische omgang met sex heeft het plezier in menig echtelijk bed verknald en de mening van zuidelijk jongens en meisje met betrekking tot de man/vrouw-verhouding gekleurd en meestal in negatieve zin.

Sociale controle

De sociale controle was heftig. Veel ouders vroegen zich niet af wat ze ZELF wilden, maar vooral wat de buren ervan zouden vinden. Week je af van de norm, dan kwam je buiten de gemeenschap te staan. Het leidde tot isolatie of pestgedrag. Vooral verdwaalde protestanten moeten in die katholieke dorpen een intens gevoel van eenzaamheid hebben beleefd: het was niet gebruikelijk dat katholieken met protestanten speelden. Niet dat er een officiëel verbod gold: je deed het simpelweg niet.

Grote afstand

De stap van de provincie naar de Randstad was ook nog aan het begin van de zeventiger jaren een behoorlijke afstand, niet alleen in kilometers maar ook in mentaliteit. Als jongen of meisje uit de provincie moest je harder werken. Een katholieke achtergrond was niet per definitie een voordeel: beter kon je tot de socialistische familie horen of de liberale denkers van de VVD. Ik heb het dan nog niet over de slechte reputatie van de katholieke kerk, die later ook afstraalde op mensen die zich wèl in het christelijke gedachtegoed konden vinden, maar niet zozeer in het instituut. Het werd allemaal op een hoop gegooid: nam je geen afstand van de kerk en bv zijn sexuele moraal, dan was je net zo erg. Het vertoont gelijkenis met de vraag, die voortdurend aan elke willekeurige moslim wordt gesteld om afstand te nemen van moslimterrorisme. Doe je dat niet: dan ben je misschien zelf een terrorist.

What’s new?

“Je ziet wat een jongen die opgroeit in 2 culturen meemaakt”, zegt Ajouad El Miloudi in De Volkskrant, “het is niet altijd even gemakkelijk om in die spagaat te zitten, om altijd maar te wikken en te wegen”. Er zijn veel babyboomers van Nederlandse afkomst die het kunnen beamen. What’s new?

Nu ik het zo opschrijf vraag ik me af: wat weet Ajouad El Miloudi van deze emancipatiestrijd en wat zou hij ervan kunnen leren….?

Waarom ik er zolang bij stil sta: omdat onder zijn interview in De Volkskrant mogelijk het misverstand ligt dat emancipatiepijn exclusief is voorbehouden aan Nederlanders met Marokkaanse of Turkse afkomst. De opmerking van Patty Brard dat Aljouad een vuurtje opstookt, dat eigenlijk niet opgestookt zou moeten worden, zou best een kern van waarheid kunnen hebben. Dat verandert overigens niet mijn mening over Patty Brard.

 

Ton Verlind

Geef een reactie