Filipijnen: Waarom zie ik wel verslaggevers en geen hulpverleners?

foto filipijnen“We waren er in nog geen halve minuut uit”, zegt Henri van Eeghen, projectleider van de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO), die bezig zijn met de voorbereiding van een actie om geld in te zamelen voor de slachtoffers van de orkaan Haiyan op de Filipijnen, nu een paar dagen geleden. Hij zegt het in het AD van deze ochtend (14 november 2013) en het gaat over de foto van een jongetje, een van de slachtoffers. Met opgetrokken schouders staat hij tussen de puinhopen. Voor campagnemensen een luckyshot. Het lijkt alsof hij rilt van de kou. Hij heeft een t-shirt aan met “I love…”. Hij kijkt wanhopig en onder zijn linkeroog zien we een wond, alsof hij is getroffen door vallend puin. Kortom: -cru gezegd- een treffende logo voor de aanstaande campagne van Giro 555 legt de projectleider uit.

Er is nog wel een probleem. Het jongetje houdt een geldbakje in zijn handen. Er liggen munten in. Op de uiteindelijke foto, die het campagneaffiche zal sieren, zal het geldbakje worden weggepoetst. Dat leidt alleen maar tot “verwarring”, zegt een woordvoerster. Zo’n foto mag immers geen vragen oproepen. DAT en het feit dat de foto in zwartwit wordt afgedrukt, waardoor de dramatische werking wordt vergroot, zou je effectbejag kunnen noemen. Maar zo moeten we het niet zien. De foto moet iets uitnodigends uitstralen, aldus de woordvoerdster. “Intuïtief voelden we het allemaal: wat eet hij vanavond”. Bingo!

Nu het jongetje tot symbool van de aanstaande campagne is verheven voelen de dames en heren van de hulpverlening zich verplicht om hem uit de anonimiteit te halen. Dus zijn hulpverleners in het rampgebied op zoek naar hem. Ze geven toe, dat het zoeken is naar een speld in een hooiberg. Hebben ze geen betere dingen te doen?, vraag ik me af. Maar ik realiseer me ook, dat hij het in een geldwervende televisieuitzending als cashcow natuurlijk fantastisch zou doen….

Waarom wel verslaggever en geen hulpverleners?

Avond aan avond zien we de hemeltergende beelden uit de Filipijnen op tv. Er is een gebied in puin gelegd, zo groot als Nederland. De meeste verslaggevers zijn nog maar doorgedrongen tot aan de rand van het rampgebied. In de kern kom je niet. We zien massa’s wanhopige mensen. Ze smeken om eten en drinken. Het valt me op dat de volwassenen huilen en de kinderen merkwaardig rustig lijken, het kan ook apathie zijn. “Dit is hier nog de enige plek waar electriciteit is”, zegt een Nederlandse verslaggever. Op de achtergrond verdringen mensen zich met hun mobieltjes voor dit enige aftappunt om bij te tanken. De verslaggever is keurig gekapt en geschoren, verse kleding. Er loopt een wit draadje van zijn telefoon naar zijn rechteroor. Ik vermoed dat hij niet in de rij heeft hoeven staan om op te laden. Waar slapen die verslaggevers?, vraag ik me af. Hebben zij wèl electriciteit? Waarom zie ik ze eerder aan het werk dan hulpverleners? Zelden zie je bij dit soort gelegenheden de wanhoop, de uitputting of de woede op het gezicht van het aanwezige journaille, hetgeen de indruk wekt dat hun voorzieningen prima op orde zijn. Misschien is het niet zo, maar zouden we daar dan omwille van de geloofwaardigheid af en toe eens niet wat meer van mogen zien? Waarom zijn al die reportages zo kort en steriel en dwaalt de camera niet gewoon eens een half uur door de wanhoop, zodat ik de impact zelf kan voelen en beleven zonder onderbreking van de stukjesmakers van de Nederlandse televisie. De meeste indruk maakte ooit de Belgische televisie door een half uur lang met draaiende  camera mee te lopen met Koerdische vluchtelingen in Turkije. De wanhoop was aanraakbaar. Je zag uitdrukkingsloze gezichten, getergde lijven die meetorsten wat ze nog dragen konden, blote voeten in de sneeuw. Er kwam geen interview, geen statement in voor. Je kon de ellende ruiken en de kijkers hadden geen -cru gezegd- gemanipuleerd campagnelogo nodig om overtuigd te raken van de ernst.

Er is een tv-genre verdwenen

Die inlevende journalistiek is goeddeels vervangen door “hit en run”. Het moet kort en krachtig en in symbolen. Nu ik zo avond-aan-avond kijk, realiseer ik me dat er een compleet journalistiek televisie-genre is verdwenen: dat van de authentieke en uit zichzelf overtuigende meebeleef-tv. Vervangen door ego-journalistiek: pratende hoofden die uitleggen wat we zelf vaak als kijker niet mogen zien. De leegte die daardoor is ontstaan wordt nu gevuld door de manipulerende spindocters van de hulpverleningsindustrie. De mannen en vrouwen die gespecialiseerd zijn in het zoeken van de zwakke plek in ons geweten. Ik hoor een woordvoerder van de commerciële televisie mijmeren over  Geer (Joling) en Goor (Gordon) als presentatoren van een tranentrekkende tv-show. Zo paar je humor aan opbrengst. De ellende is dan wel groot, maar het is goed als er ook gelachen kan worden. Zijn suggestie wordt gelukkig niet overgenomen. Maar zo maakt ieder vanuit zijn eigen belang zich tot eigenaar van zo’n ramp.

Intussen vraag ik me af, waarom niet al de eerste dag na de ramp vanuit Nederland bulldozers, agregaten, eten en drinken zijn gestuurd, want daaraan bestaat behoefte. Waarom zie ik wel verslaggevers aan het werk en geen hulpverleners? Waarom is er een gemanipuleerd symbool nodig om mensen tot geven aan te zetten, terwijl over de ernst van de ramp geen misverstand kan bestaan. Ik zal mijn portemonnee pas trekken als ik een ter plekke aanwezige, met modderbesmeurde, op de rand van de uitputting verkerende, geloofwaardige hulpverlener op tv zijn gironummer hoor noemen. Maar niet zolang in net pak gestoken managers zich vanuit goed verwarmde Nederlandse kantoren druk maken over de vraag welk bijgeschaafd symbool de affiches van Giro 555 moeten sieren. Misschien zal ik toch zwichten, in het belang van de slachtoffers. Maar met frisse tegenzin en stevige argwaan jegens de Nederlandse hulpverleningsindustrie. Want als je na alle beelden van de afgelopen dagen nóg trucs nodig hebt, die aan de reclame zijn ontleend om de harten van de Nederlanders te openen, is er met je eigen geloofwaardigheid iets zeer ernstigs aan de hand.

 

 

 

4 reacties op “Filipijnen: Waarom zie ik wel verslaggevers en geen hulpverleners?
  1. lisette hombergen schreef:

    Ton, complimenten voor de vorm en taalgebruik van je blog. Step Vaessen zei ooit dat veel journalisten zich bij een ramp machteloos voelen en eigenlijk hulpverlener zouden willen zijn (zij had het toen over de Tsunami). Ik haal uit jouw blog dat je emotioneel bent en daarom betrokken en verontwaardigd. En ook dat je geen handelingsperspectief ziet of denkt te hebben. Het is moeilijk om verontwaardigd te zijn op de grillen van Moeder Natuur (behalve misschien dat orkanen verergeren door het door mensen gecreëerde klimaatprobleem). En als betrokken persoon is het lastig als je niet iets kunt veranderen aan de ellende in de wereld. Maar ik vraag me al 20 jaar af wat voor zin het heeft om je onmacht dan maar af te reageren op die personen of organisaties die wel ter plekke zijn. Wat hebben we aan half verhongerd en zieke (want geen toegang tot goed drinkwater)journalisten die ontredderde reportages uitzenden, als ze al uit kunnen zenden, want geen toegang tot elektriciteit ook. Wat heb je aan hulpverleners ter plekke als de goederen nog niet zijn ingekocht en verstuurd? Nog daargelaten dat de lokale hulpverleners waarschijnlijk volop aanwezig zijn maar niet in beeld bij de Westerse journalist of niet gekoppeld aan die (Nederlandse) internationale organisatie waarmee een partner-financieringsrelatie bestaat. Nog daargelaten het feit dat de journalist en de hulporganisatie op gespannen voet leven omdat journalistiek en communicatiemarketing elkaar slecht verdragen (debat in de Rode Hoed, Amsterdam in 2005 olv Clairy Polak).
    Ik ben het met Ton Verlind erg eens dat het heel erg jammer is dat bepaalde vormen van ‘inlevende’journalistiek minder voorkomen. Wellicht omdat deze vorm van reportage te duur is? Maar de hulpverleningsorganisaties weten heel goed hoe de gever te triggeren. Een organisatie zoals Unicef doet daar voortdurend onderzoek naar. En ja helaas doen de werkelijkheid geweld aandoende zielige kindjes het nog het best voor donatie campagnes. Misschien dat Ton Verlind zich niet voelt aangesproken, maar het gros van de Nederlander wel. Ik heb ook geen campagne nodig, ik voel me toch wel aangesproken en geef, ook al weet ik dat er veel corruptie is bij de Unicef-achtige organisaties. Maar gelukkig gaat het geld naar giro 555 waar een groot aantal organisaties deel vanuit maken waar ik een beter gevoel bij heb, zoals Oxfam-Novib en Artsen zonder Grenzen.

  2. G schreef:

    Ik vindt het nogal een vaag verhaal dit,zo kan je over alles wel wat verzinnen.Mchten wij in nederland ooit zo;n soort ramp meemaken, ben je toch ook blij als andere landen helpen of niet soms.

  3. Marco Moone schreef:

    Wat een geweldig geschreven en inhoudelijk op en top correct weergave van de realiteit. Sta volkomen achter dit artikel. Voorstel: geef alle journalisten die direct afreizen naar de ramp alvast wat hutkoffers met drinken en voedsel mee, dan komt de eerste hulpvoorziening zeer snel ter plaatse.

  4. Klaas-Jan Gorter schreef:

    Waarom staat er geen Facebook logootje bij? Ik wil dit artikel graag ‘liken’! Wellicht kan ik de link copypasten. Ik probeer het even!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*