5 februari 2010

Burgemeester in oorlogstijd

Ik ken een journalist die de 06-nummers van vrijwel alle ministers in zijn GSM heeft staan. Hij is er trots op en heeft me wel eens gedemonstreerd hoe gemakkelijk het voor hem is om aan een ministerieel commentaar te komen , ook al zit de betreffende minister op dat moment bij een voetbalwedstrijd. Mijn collega weet dus heel veel. Hij heeft er alleen niets aan, want hij beschikt over die nummers, omdat bewindslieden weten dat hij hun vertrouwen nooit zal beschamen. Alles wat hij hoort is dus “off the record”. Publiceert hij, dan wordt de telefoon niet meer opgenomen en verdampt het ministeriele netwerk. De bewindslieden varen wel bij dit stilzwijgende akkoord: ze kunnen immer op veel begrip rekenen. Ik heb weinig op met dit old boys-gedrag, waarvan de journalistieke onafhankelijkheid het slachtoffer is.

De eigen waarheid van Nout Wellink

Ik moest eraan denken, toen ik dezer dagen de verslagen van de commissie De Wit in de krant las en dan in het bijzonder het deel dat gaat over de president van de Nederlandsche Bank, de onvolprezen Nout Wellink. Hij is de man, die anders dan de gemiddelde stratenmaker, graag tot ver na zijn 65ste wil doorwerken en dan het liefst in dat goedbeveiligde gebouw in het centrum van Amsterdam, waar hij zich koestert in de warmte van de internationale financiële coterie.

Inmiddels zijn we het er wel over eens, dat Nout in de kredietcrisis zijn werk niet optimaal heeft gedaan. Links en rechts dreigden banken om te vallen en verloren spaarders hun tegoed, maar Nout had het pas in de gaten toen het te laat was. Hij wíst het wel, vertrouwde hij de onderzoekscommissie toe, hij kon het alleen niet hardop zeggen. Nadat zijn ambtenaren vele notulen hadden nageplozen, kon de president aannemelijk maken, dat hij op verschillende momenten wel degelijk en public had gewaarschuwd voor de naderende ineenstorting van ons financiële systeem. Alleen we waren dom en we wilden niet luisteren. We waren ziende blind en horende doof en Nout voelde zich als een roepende in de woestijn,zei hij. De financiële commentatoren bij Pauw & Witteman zagen het anders: Nout Wellink wás de woestijn, zeiden ze.

Het verhaal van Nout deed me denken aan dat van de toevallige passant, die de voetganger nauwelijks hoorbaar waarschuwt voor de aanstormende auto, waarna die argeloos toch het zebrapad opstapt en wordt aangereden, simpelweg omdat hij de waarschuwing niet had kunnen horen. Tegenover de politie waste de passant de handen in onschuld. Hij had gewaarschuwd, maar de voetganger wilde niet luisteren.

Netwerk van gehaaide mannen, die elkaar bedotten

Even terug naar de vergelijking met die journalist. De president van de Nederlandsche Bank weet veel over het reilen en zeilen van financiële instellingen, maar kan er niks mee, want als hij waarschuwt voor gevaar, gaat zo’n instelling per definitie failliet. Financiële toezichthouders moeten dus praten met meel in de mond. En dat doen ze allemaal. Ook de Ijslandse premier, die geen zin had Nout Wellink aan de neus te hangen, dat zijn land op de rand van een faillissement balanceerde. Het gold ook voor de Belgen, die Nout lieten bungelen toen hij vroeg hoe solide het Belgische bankwezen er voor stond en ook de Britten hadden geen zin te vertellen, dat het met sommige van hun banken niet zo goed ging. Net als de Ijslanders hadden de Belgen geen behoefte aan een kijkje in hun keuken. Nout toonde zich daarover verbolgen, maar zijn collega’s doen met hem wat hij met ons doet: voor zich houden wat ze werkelijk weten. We hebben dus te maken met een gesofistikeerd netwerk van gehaaide mannen, die elkaar voortdurend een oor aan naaien. En op dat systeem hebben we het label “onafhankelijk toezicht” geplakt.

Misschien beschrijf ik het simpel en karikaturaal. Maar toch klopt het en daarom wordt het tijd dat Nout Wellink aan de Nederlanders zijn excuses aanbiedt en vervolgens verdwijnt .

De wonderbaarlijke verandering van Wim Kok

Ex-vakbondsleider, ex-vicepremier Wim Kok is er ook zo een. Als minister van financiën toonde hij walging voor de exhorbitante honorering in het bankwezen. Verlost van zijn politieke vrantwoordleijkheid en inmiddels commissaris van een grote financiële instelling, ging hij er een paar jaar later soepeltjes mee akkoord. Voor de commissie zei hij: Ik kon als commissaris wel opstappen, maar dan was het zonder mij toch wel doorgegaan.  Burgemeester in oorlogstijd*.

Mijn ogen schoten vol, toen ik Kok hoorde spreken en ik naar een gezicht keek, dat geen enkele emotie toonde. Mensen als Kok zijn slecht voor de democratie, want door deze draaikonterij, geloof ik Jan-Peter Balkenende nu al niet meer. Ik ben benieuwd welke tournures we van hem kunnen verwachten als hij straks is verlost van de benepen Balkenendenorm en is behangen met de nodige commissariaten. Het normbesef in de politiek is zo vloeibaar als warme boter en dat straalt naar de samenleving uit als een enge ziekte.

“Ben je chagrijnig”, vraagt mijn echtgenote tijdens het boodschappen doen.

“Ik voel me k-”, antwoord ik.

“Fysiek of mentaal?”.

Beide"", antwoord ik naar eerlijkheid.

 “Hoe komt het?”

Ik zwijg, want ik wil haar niet zeggen, dat het komt door Kok en Wellink en omdat ik net deze column heb geschreven.

*Burgemeester in oorlogstijd: burgemeesters die tijdens de Duitse bezetting bleven zitten, omdat ze dachten dat ze zo nog iets goeds konden doen, terwijl ze in feite meewerkten aan het uitvoeren van het beleid van de bezetter, dat vele onschuldige mensen het leven kostte.

Ton Verlind

Reacties:

(2010-02-10)Wellink

Spijker op de kop Ton, Nout Wellink denkt maar aan 1 belang, en dat is zeker niet het belang van Nederland. Iedereen ziet en weet dat hij laakbaar heeft gehandeld, alleen hij, juist hij, ziet het niet. Elke vorm van reflectie verdwijnt naarmate directeuren hoger in de boom zitten. It's a bloody shame. Maar zoals mijn coach wel eens zegt, en daar houd ik me dan maar aan vast: "De natuur regelt het allemaal" Amen.

Rutger van Drongelen

(2010-02-09)Het K-gevoel

Dat K-gevoel Ton, wordt bijkans een virus bij de doorsnee Nederlander. Wie kan je nog vertrouwen in het maatschappelijk spel? De kerk? Nee! De politiek? Nee. De media? Nee! Het bedrijfsleven? Nee! Het georganiseerde maatschappelijke middenveld? Wordt al twijfelachtig! De wetenschap? Wordt ook al twijfelachtig! De georganiseerde burger? Misschien, maar ook daar loop je het risico dat een maatschappelijke beweging (cause, movement) een bedrijf wordt en daarna een schreeuw-instituut. Het hele veld overziend, beklijft het K-gevoel. Hoe komen we van het "fuck de massa, grijp de kassa"-gevoel af? Want dat doordrengt alles wat je zo de laatste weken in de media leest. Als ras-optimist geloof ik nog een beetje in "the civic society", de burger die dan maar zelf het initiatief neemt. Laten we daar maar op hopen!

Hans Vervoorn

Design & Development: I-Brix B.V. in opdracht van Ton Verlind