| 4 januari 2010 | |
Plasterk legt bom onder omroepbestel
| |
Deze discussie wordt mede bepalend voor andere sectoren
| |
Belangenverstrengeling maakt debat onzuiverHet wordt eenzaam rond de publieke omroep, vooral ook omdat de omroepverenigingen er nog niet in slagen om tegenover de argumentatie van de minister een sterke tegenredenering te ontwikkelen. De gretigheid waarmee kranten kond doen van dit nieuws, is niet zonder eigen belang. De commerciële mediawereld hoopt ongetwijfeld een graantje mee te pikken van een deconfiture van het publieke bestel. Alle media verkeren financieel in zwaar weer en lonken naar de Haagse vleespotten en dat levert dus niet het beste klimaat op om een principiële discussie te voeren over de toekomst van het publieke bestel. Wij burgers, kunnen die discussie om die reden niet overlaten aan de “onafhankelijke” pers met al zijn belangenverstrengeling op dit terrein. | |
Leden moet je koesteren, niet negeren
| |
Omroepen moeten nu uit hun schuttersputjes komen
| |
Ton Verlind | |
Reacties:(2010-01-12)Sloop van bestel gaat gewoon doorGeachte heer Verlind, Een aardig stuk over de aankondiging van Plasterk. Eerlijk gezegd verwachtte ik deze exercitie [het slopen van het instituut publieke omroep] al in 2006 toen Medy v.d. Laan die actie leek in te zetten. Dat kwam immers na het WRR rapport van van der Donk. Kijkt u er eens wat meer van een afstand tegenaan. De rationale voor een aparte publieke omroep en overheidsorganisatie van elektronische informatiedistributie is volledig verdwenen, want de fundamentele schaarste van de jaren '20 tot de jaren '90 in de ether is er niet meer en in principe kan nu ook een totaal ander betaalmodel worden georganiseerd. Pluriformiteit is een praatje voor de vaak. Was er vanaf begin jaren '20 geen schaarste geweest, dan had elke levensbeschouwelijke stroming zijn eigen radiozender en later zijn eigen TV-zenders georganiseerd met intensieve participatie van de achterban. Dat verdwijnen van de rationale voor "toegang tot de zenders verdelende regulering, met een netmanager als poortwachter" wil echter niet zeggen dat de functie die de omroepverenigingen voor hun achterban vervullen verdampt is. Sterker nog, de toekomst is juist het versterken van de banden met de achterban. Die banden zijn enorm veel waard, want in gesprek daarmee moet een ander maatschappelijk rolmodel worden georganiseerd en aan Den Haag gepresenteerd. Het lijkt mij echter niet realistisch om te verwachten dat wanneer over enkele jaren Politiek Den Haag een keuze voor de neus krijgt tussen de publieke omroep en de geschreven pers, dat ze dan de veel grotere en buiten de overheid om georganiseerde vrije pers in elkaar laten klappen. Dan gaat de geldkraan bij de publieke omroep dicht. Omdat de publieke omroep niet op de markt functioneert, zal de politiek zelf het sloopwerk gaan verrichten. Dat wordt of gepolitiseerd (Wilders met zijn Linkse Kerk) of gebureaucratiseerd, maar de sloop zal komen. Den Haag is gewend om bedrijven/bedrijfstakken met vele duizenden medewerkers gewoon te laten klappen, als ze voor de staatsorde geen nut (meer) hebben. Zie de scheepsbouw/RSV, Fokker of enkele jaren terug de Internetsector. Dit klinkt mogelijk cynisch, maar Plasterks gedrag tot nu toe is volledig in lijn met mijn verwachtingen. Het Nederland bestel is uniek, maar het slopen van het elektronische omroepsysteem is echter een wereldwijd politiek en maatschappelijk fenomeen. Hendrik Rood(2010-01-10)Eerst bewijzen dat omroepverenigingen iets voorstellenNatuurlijk is de Citezens Society(CS) een interessante weg, maar grote vraag is of er in het debat over de PO sprake is van een CS. Als omroepleden geheel vrij, bewust en actief aan deze verenigingen zouden meedoen en bijdragen was er geen discussie. Waar het omgaat is in hoeverre er binnen de ledengebonden omroepen binnen de PO sprake is van een CS of dat daar vragen bij gesteld mogen worden. B.v. de vraag of het niet vrij gegeven van de programmagegevens ernstig heeft bijgedragen aan het ledenaantal van de omroep verenigingen. De uitdaging voor de omroepen zit hem in het feit de buitenwereld en dus ook mij helder te maken dat deze leden wel degelijk een lidmaatschap hebben om te laten zien dat ze willen horen bij een georganiseerd verband om een bepaalde ideologie ruimte te geven en niet omdat de gids 2 euro goedkoper is en de gegevens nergens anders te krijgen waren. Dat is, denk ik, de basale discussie. Die vervolgens, als er een uitkomst is, gevolgd moet worden met de vraag welke programma’s daar dan bijhoren. Want vast niet alle programma’s van de ledengebonden omroepen dragen bij aan het beeld van de gewenste CS dat de leden hebben. Dus misschien moeten die omroepen dan wel naar een veel helderder programmabeleid en de rest overlaten aan de niet ledengebonden omroepen binnen het bestel. En dit laatste is geen pleidooi om van de PO een reservaat te maken, alleen een argument om voor het publiek helderheid te verschaffen. Allard Berends(2010-01-10)Ik geloof ook in burgerinitiatiefIk sta heel erg achter jouw idee van citizens society. Raar genoeg noem ik het in mijn nieuwe boek ook, in ontwikkeling van het begrip liefde, sibling society (een nuchterder manier van met elkaar relaties onderhouden). Nodig ook vanwege het verwaarloosde gebied in sustainability: de menselijke relaties zelf. (zie Kopenhagen) We moeten er volgend jaar iets aan gaan doen! Dr Susanne Piët Dr Susanne Piët |
|
| Design & Development: I-Brix B.V. in opdracht van Ton Verlind |
Als het aan minister Plasterk ligt, kan ik het lidmaatschap van mijn omroep opzeggen. De verzuiling is voorbij. Mijn lidmaatschap is geërodeerd. Het stelt weinig meer voor. In de krant lees ik, dat ik alleen maar lid ben, omdat ik dan een omroepblad krijg. De feitelijke zeggenschap over programmering is mede onder invloed van het politieke beleid de afgelopen jaren van de omroepen verlegd naar de netcoördinatoren (voeg ik er op eigen gezag aan toe) en ook op hun eigen financiële stroom hebben omroepen nog maar in beperkte mate greep. Omroepverenigingen hebben buiten hun kerntaak weinig mogelijkheden om zich te vernieuwen, ledenraden praten nog wel dapper mee over financieel beleid en programmeringsfilosofie, maar het zijn rituele dansen en ze hebben er in werkelijkheid helemaal niets meer over te zeggen. Het is volgens de minister ook afgelopen met de traditionele programmering, want in de nabije toekomst kunnen we programnma’s via internet opvragen en zullen we onze eigen televisieavond samenstellen. Er zijn dan geen ingewikkelde programmeringsstrategieën meer nodig; alle reden om het bestel op de schop te nemen.
De minister gaf de aftrap voor de finale discussie rond het publieke omroepbestel in een interview in Het Parool en de andere kranten, waaronder De Volkskrant pakken die handschoen gretig op. In de slipstream van de omroepdiscussie stelt deze krant meteen ook de legitimiteit van het bijzonder onderwijs en woningbouwverenigingen ter discussie, want die zijn immers ook gebaseerd op het achterhaalde principe van de verzuiling. Een reden te meer om deze discussie serieus te nemen, want de afloop ervan kan mede bepalend zijn voor de wijze waarop het onderwijs straks wordt georganiseerd, maar ook andere diensten die rechtstreeks raken aan levensgeluk en de ontwikkelingskansen van gewone burgers.
Waar blijft nou in dit discours de burger? In plaats van het belang van de miljoenen leden van de publieke omroep te relativeren zou Plasterk als een echte democraat, de burgers die nog wél verantwoordelijkheid nemen voor de samenleving door lid te zijn van verenigingen,een pluim kunnen geven, in plaats van ze voor gek te verklaren en ze te negeren. Ze verdienen een compliment voor het feit dat ze verantwoordelijkheid nemen voor samenlevingsopbouw en het valt te prijzen dat ze niet bereid zijn om alle belangrijke taken over te laten aan politiek en commercie. Lidmaatschap van verenigingen zou door de overheid geprezen moeten worden, in plaats van gerelativeerd en hier zou een begin gemaakt kunnen worden door de aanhangers van publieke omroep mee te laten praten, rechtstreeks en niet via de politiek. Het past in de tijd om die “derde weg” (tussen privaat en overheid) op te waarderen in plaats van verder af te breken.
Als het in deze aanstaande discussie over de toekomst van de media, de omroepen niet lukt om hun leden te mobilseren, ja dan zijn ze geen knip voor hun neus waard. Max, WNL en PowNed laten zien dat de verzuiling misschien achter ons ligt, maar de behoefte aan een sterke burgerparticipatie niet. De tijd is rijp om van de publieke media een echte “citizens society” te maken met beperkte politieke en commerciēle invloed, dus werkelijk onafhankelijk en passend in de tijdgeest van na de kredietcrisis. 