11 augustus 2008

Goede smaak wint terrein

Heb ik het mis, of zijn nu vrijwel alle in Nederland opererende radio- en televisiezenders op zoek naar meer kwaliteit en verdieping? Ik weet, dat het veel misbruikte begrippen zijn, maar sommige zenders gingen in de achterliggende periode om de gunst van de kijkers zover door hun hoeven, dat een licht gevoel voor diepgang al mag worden gezien als een aanzienlijke kwaliteitsimpuls. Zenderbaas Alphons Martens van Veronica kondigde onlangs tijdens een lezing van het blad Broadcast een koerswijziging aan. Minder platte verleiding, iets meer raffinement, beetje meer ruimte voor vrouwen en veel affiniteit met de moderne man. Goedbeschouwd schildert Alphons de contouren van een wat meer volwassen BNN. Veronica als potentiële concurrent van Nederland 3: het lijkt me een uitdagende gedachte. 

Veronica verzet de bakens in de goede richting

De strategie van Veronica lijkt te passen in de filosofie van algemeen en programmadirecteur Eric van Stade, die SBS langzaam verandert van shabby naar succesvol en in een interview met het blad IM nog fel uithaalt naar Talpa, “dat een slagveld heeft achtergelaten, waar niemand gelukkiger van is geworden”.  Volgens Van Stade heeft Talpa laten zien, dat je het met geld alleen niet redt, maar dat een zender vooral een doelstelling moet hebben. Toegegeven:  je kunt tegenwoordig zonder al te veel gene zeggen dat je naar SBS kijkt. RTL 4 zou als vierde publieke zender niet misstaan (is al langer salonfähig), waar Nederland 1 op zijn beurt als commerciële zender weer heel goed zou doen en het is bon ton om te roepen dat je wél naar BNR luistert en niet naar Radio 1.

 

Publiek raakt afzeik-moe

Twee jaar geleden sprak ik de Belgische mediatycoon Christian van Thillo (in Nederland o.a. eigenaar van Het Parool) en hij voorspelde de ondergang van wat op dat moment op het toppunt stond van zijn populariteit: afzeiktelevisie. Dat zijn die opgefokte programma’s waarin gerotzooid wordt met de moraal, mensen tegen elkaar worden opgezet, gedist of weggenomineerd. Produkten die erop gericht leken om het slechtste in mensen naar boven te halen, veelvuldig gerechtvaardigd met het argument “ook dat slechte maakt nu eenmaal deel uit van onze samenleving en waarom zou je dat op tv niet laten zien”.  Daarop is wat mij betreft een simpel antwoord. Het is not done om het slechte in mensen aan te wakkeren en te exploiteren en al wordt tv in toenemende mate gezien als een middel om geld te verdienen, zenderbazen blijven in mijn ogen altijd medeverantwoordelijk voor wat ze aanrichten. Er zijn grenzen aan smakeloosheid. Het was het programma De Gouden Kooi, dat die grenzen fysiek voelbaar maakte. Dat projekt mislukte, net als Talpa, dat in mijn vaste overtuiging schipbreuk leed omdat de zender geen enkele voeling had met relevante maatschappelijke trends en dacht de Nederlandse volksaard te begrijpen, maar daar zo naast zat. Het publiek zelf verzette de bakens, maar de zender hield stevige koers richting ijsberg. Don’t panic, we travel first class Titanic! Tot het laatste moment in volle vaart en volle overtuiging de ondergang tegemoet.

Publieken: meer letten op diepgang en minder op de cijfers

Het tij lijkt te keren en hoewel de overgebleven commerciële zenders redelijk trouw blijven aan hun profiel, zoeken alle zenderbazen voor die profielen nu een meer chique vertaling dan in de achterliggende periode. Het is een ontwikkeling om blij mee te zijn. Ook de publieke omroep zou de handschoen nu moeten oppakken en op eigen wijze aansluiten bij die trend. Niet dat er zo verschrikkelijk veel negatiefs te zeggen valt over de programmering van onze publieken. Ik vind de geleverde kwaliteit doorgaans van een hoog niveau. Maar ook de programmering van onze nationale zenders lijdt aan uitputting. Als mijn veronderstelling klopt, dat de samenleving vraagt om meer kwaliteit, ontstaat ook voor de publieke omroep ruimte voor meer maatschappelijk relevante programmering, een grotere diversiteit en pluriformiteit, meer affiniteit met nichemarkten. Het zou niet erg zijn als meer kleur, smaak en diepgang iets ten koste gaan van het marktaandeel. Als de publieke omroep die slag naar diepgang verder durft te maken, wens ik Den Haag de discipline toe om een mogelijk lager marktaandeel  niet onmiddellijk aan te grijpen voor een discussie over het bestaansrecht van de publieke omroep. 

Ton Verlind

Design & Development: I-Brix B.V. in opdracht van Ton Verlind