| 30 juni 2008 | |
Minister Plasterk: pennywise, poundfoolish.Hoe zal het gaan nu minister Plasterk heeft verordonneerd, dat ook de toppresentatoren van de Nederlandse Publieke Omroep onder de Balkenende-norm gaan vallen. Hoe hoog die norm precies is, weet niemand *. Vraag je 5 toelichtingen, krijg je 5 verschillende visies. In grote lijnen komt het neer op een bedrag van 171.000 euro. Dat is het brutosalaris, inclusief de werkgeversbijdrage voor het pensioen en andere toevoegingen. Het gaat dus om een totaalbedrag, dat voor de ontvanger van het salaris, op zijn loonstrookje in die vorm niet zichtbaar is. Voor presentatoren hanteert de minister een afwijkend bedrag, het wordt namelijk afgerond naar boven tot 200.000 euro. Ik stort me niet in de discussie over de vraag of dit te hoog of te laag is. Het is wel een volstrekt willekeurig en zeer politiek correct bedrag. Het doet bovendien geen recht aan de werkelijke marktwaarde van de minister-president. Tijdens zijn ambtsperiode moet de MP het weliswaar doen met dit bedrag, maar het is een investering in de toekomst. Na het afscheid wachten aantrekkelijke adviesfuncties in het bedrijfsleven, waarvoor de Balkenende-norm niet geldt. De marktwaarde van de minister-president komt pas ná zijn ambtsperiode tot wasdom. Als je het salaris van de MP als norm wilt nemen voor de totale publieke sector, dan zou je dus het gemiddelde inkomen moeten berekenen van de periode dat de MP aan het roer van het land staat en dan nog eens dezelfde periode van de jaren daarna. Dan ziet de Balkenende-norm er anders uit. Logischer zou het zijn om honorering te verbinden aan prestaties in plaats van willekeurige politieke besluitvorming. | |
![]() | |
Toppers brengen meer op dan ze kostenHoe redelijk is het, dat presentatorensalarissen het gemiddelde ministerssalaris niet of maar beperkt meer mogen overschrijden? De waarde van een presentator zit hem in het vermogen om publiek aan zich te binden. De populariteit van een presentator is voor een paar miljoen mensen reden om in te schakelen. Kijkers vertalen zich in marktaandeel, marktaandeel vertaalt zich in reclame-inkomsten. Een paar procent meer of minder scheelt de publieke omroep miljoenen euro´s aan inkomsten. Het is niet gezegd dat toppresentatoren en masse de publieken de rug zullen toekeren, maar als ze het wel doen bespaart minister Plasterk weliswaar op salariskosten, maar het marktaandeel kan teruglopen, daarmee de reclameinkomsten en dat tekort zal dan weer uit belastingmiddelen moeten worden bijgeplust, tenzij dat niet gebeurt. Dan wordt de publieke omroep verder (de afgelopen jaren is er al meer dan 100 miljoen bezuinigd) verzwakt en dan kan deze maatregel worden bijgezet in het rijtje van heimelijke politieke acties, die de bedoeling hebben om de positie van de juist nu zo sterke publieke omroep via een achterdeur te verzwakken. Opnieuw wordt het net van regels rond de publieken strakker aangetrokken, terwijl de NPO samen met de commerciële omroep in opdracht van Den Haag in een sterk competitieve omgeving moet presteren. Het is naar de overkant zwemmen, maar met de armen op de rug gebonden en dan ook nog binnen een door Den Haag voorgeschreven tijdslimiet. Bij dit salarisbeleid van minister Plasterk hoort een herformulering van de totale opdracht van de publieke omroep: minder mainstream, minder gericht op het maximaliseren van marktaandeel, meer niche, meer diepte, maar dan ook een lager marktaandeel. | |
Niet ingrijpen op onderdelen, ontwikkel een totaalvisieZonder een totale herziening van de visie op de publieke omroep is het aanpakken van de salarissen van presentatoren een modieuze maatregel, niet zozeer om het publiek te contenteren, maar om de achterban van sommige partijen het gevoel te geven, dat men daar bezig is met het voeren van een wezenlijke discussie. Het is windowdressing. Ooit liet de KRO Edwin Evers als dj gaan, omdat zijn marktwaarde tot een niveau was gestegen, dat voor de publieke omroep niet meer verantwoord was. Over het betalen van het salaris | |
![]() | |
Hoe gaat het nu verder?Hoe gaat dit nu aflopen, vroeg een redacteur van Business Newsradio me vanmorgen aan de telefoon. Misschien net als in Den Haag. Daar vertrekken toppers bij de ministeries, ze richten eigen onafhankelijke adviesbureaus op en laten zich daarna door datzelfde ministerie weer inhuren voor veel meer geld. Mocht daaraan dan weer paal en perk gesteld worden dan kunnen er twee dingen gebeuren: de toppers op beleidsgebied leggen zich daarbij neer en gaan voor veel lagere bedragen werken hetgeen niet waarschijnlijk is of ze verdwijnen - zolang ze een keuze hebben- naar het bedrijfsleven, waarna de mindere goden voor de publieke sector overblijven. Linksom of rechtsom komt de rekening uiteindelijk terecht bij de gemeenschap. Laat die gemeenschap , in plaats van de politiek, nu maar bepalen of men tevreden is over het resultaat in relatie tot de investering. 62% Van het luisteraarspanel van Standpunt-NL gaf dinsdag aan, dat de hoogte van de presentatorensalarissen de Nederlanders een zorg is, dan wel dat die beloningen maar tot stand moeten komen in een vrij spel van vraag en aanbod. Kwaliteit heeft nu eenmaal een prijs. | |
* Toelichting: De Balkenendenorm volgens Den HaagDe Balkenendenorm wordt achteraf vastgesteld via een ingewikkelde berekening, gekoppeld aan het gemiddelde ministerssalaris (en dus niet aan het salaris van de Minister President). De norm voor 2007 (169.000 euro, tegen 171.000 euro in 2006) is dus pas begin 2008 bekend. Als je in oktober 2008 iemand wil aanstellen, weet je dus in feite 1,5 jaar lang niet wat de norm van het dichtstbijzijnde jaar zal zijn. Het bedrag wordt via de Staatscourant openbaar gemaakt. Volgens de Wet Openbaarmaking "uit publieke middelen gefinancierde topinkomens" (WOPT), zijn (semi-)publieke oganisaties (zoals omroepen) verplicht jaarlijks te rapporteren over inkomens van medewerkers boven de "Balkenendenorm". De WOTP schrijft precies voor hoe het bedrag is opgebouwd: 1. Brutosalaris + vakantiegeld en eventuele eindejaarsuitkering of andere beloningen, zoals gratificaties, 2. werknemers én werkgeversdeelpensioenafdracht, 3. bijtelling in geval van een leaseauto, 4. als er een ontslag- of afkoopregeling is afgesloten of extra pensioen is gestort, dan dient dit ook te worden opgeteld.
| |
Ton Verlind | |
| Design & Development: I-Brix B.V. in opdracht van Ton Verlind |


