15 maart. 2008

Originele stijlkenmerken (of het zoeken van een huis)

Al een paar keer dachten we het ideale huis te hebben gevonden. Niet groter of duurder, dan waar we nu wonen, maar een tikje kleiner en met wat meer grond eromheen; voor het gevoel van vrijheid én Zwitserse witte herder Lumi. Al een paar maanden zijn we op zoek en steeds meer zijn we gaan begrijpen van het makelaarsjargon, c.q. de geheimtaal die de huizenverkopers van Nederland onder elkaar bezigen. In originele staat met wat achterstallig onderhoud betekent in gewoon Nederlands een bouwval. Als er staat dat een huis nog veel van de oorspronkelijke stijlkenmerken heeft dan vallen de versleten klinken van de deur en is de keuken van het voor-Ikea-tijdperk.

Idealiseren van de werkelijkheid

Elke keer trappen we er weer in. De prijs is te laag voor de aangeboden kwaliteit spookt door mijn hoofd als Letty in de auto de beschrijving van het volgende te bezichtigen object voorleest. Het lijkt het ideale huis, met behoorlijk wat grond, de omvang die we zoeken, met afzonderlijke werkruimtes waar we ieder onze eigen zakelijke activiteiten kunnen uitoefenen. Bovendien maakt de huidige bezitter gewag van een stenen bijgebouw, dat als kantoor zou kunnen dienen. We zijn dan ook verrukt als we het huis in volle glorie hebben gevonden. Weliswaar aan een loeidrukke doorgaande weg (niets van gevonden in de beschrijving), maar het fraaie koetshuis rechts van de woning, door ons aangezien voor het “stenen bijgebouw” maakt veel goed. Maar voor déze prijs? Naar verhouding onwezenlijk laag voor zo’n ideaal pand.

De hele camping gaat door je tuin

Als we de  oprijlaan opdraaien blijkt die tevens de toegang te zijn tot een achtergelegen caravanpark. Het koetshuis is slechts tegen meerprijs aan te schaffen en het stenen bijgebouw blijkt de overdreven benaming voor een schamele garage. Links bevindt zich een bedrijf. We stellen ons voor hoe in drukke zomerse weekends de totale populatie van de camping zich door onze tuin zal wringen en we  besluiten op hetzelfde moment ook van deze koop af te zien. Bedotterij kun je het natuurlijk niet noemen, maar waarom ontbreekt in de beschrijving van een huis altijd en consequent de wezenlijke informatie. Meestal is er een houtzagerij aan de voorkant of een slachterij aan de achterkant. Ik begrijp ook wel dat je de zwaktes van je bezit niet zo nadrukkelijk hoeft te benoemen, maar wie tuint hier nou in?

Dit is echt een paleisje

“Dit huis”, zegt Letty, tijdens het koffiedrinken in het Baarnse etablissement “De Generaal”, heeft een halve rieten kap en voor de andere helft dakpannen. Het is in goede staat en het heeft op de benedenverdieping 4 slaapkamers en een grote keuken met een rotisserie, hardstenen Belgische vloer met vloerverwarming en een moderne badkamer. Er is een buitenkeuken, de woonkamer heeft een hoogte van 6 meter, boven is er nog een royale master bedroom die zowel aan de voor- als de achterkant toegankelijk is met een riante houten trap. De ligging is besloten en het pand is gesitueerd aan een rustieke weg.

Pannenkoekenhuis als buur

Wat is een rotisserie?,  vragen we aan onze makelaar. “Het is een apparaat, waarmee je pannenkoeken kunt bakken”, zegt ie.* En hij voegt eraan toe, dat het gemakkelijk is omdat we in drukke tijden dan de buren kunnen helpen. De betekenis van zijn opmerking begrijpen we pas later, namelijk als we het naastgelegen pannenkoekenhuis ontdekken. “Och, niet ongezellig”, denk ik. Uit pure verveling verander ik onderweg in de auto naar het betreffende perceel de ideale tekst uit de folder, in mijn ballorige, hemeltergende variant:  “De parkeergelegenheid van het idyllische, pannenkoekenhuis bevindt zich in uw tuin, op zomerse dagen kunt u genieten van het gegil van volstrekt ontspannen kinderen,  vanuit uw keuken kunt u zomers in geval van grote drukte de door u gemaakte pannenkoeken via het raam rechtstreeks deponeren op de tafeltjes van de gasten van het aangrenzende restaurant, de afvoer van de keuken zorgt met zijn typische Nederlandse geurtjes voor een permanente, euforische vakantiestemming, en de auto’s op de aanpalende doorgaande weg rijden vrijwel over uw terras, maar altijd rustig en vriendelijk”.

Blij met iets dat we niet hebben gekocht

Als we het perceel hebben gevonden, blijkt de werkelijkheid onze fantasie nog verre te overtreffen.We willen alweer weg, maar we worden gesnapt. De bewoners hebben ons gezien en hoewel we geen afspraak hebben worden we uitgenodigd het pand te bezichtigen. Pannenkoekenhuis en belendende woning staan vrijwel tegen elkaar gebouwd, de keuken loost zijn kookgeurtjes inderdaad ter hoogte van onze toekomstige slaapkamers, de gasten parkeren hun auto ongeveer in de hal van het huis, het dak van pannen is een bonte verzameling van inbouw tuimelramen, de tuin ligt op het westen, de auto’s suizen vlak langs het tuinpad, de dakgoten zijn van koper en op zich getuigt dat van goede smaak, maar ze bevinden zich op jathoogte, namelijk 1 meter boven het maaiveld en dat is met de huidige koperprijzen een uitnodiging tot diefstal.  Rechts tegenover is de brandweerkazerne, recht tegen over een medisch centrum en zomers voetbalt het keukenpersoneel van het pannenkoekenhuis ter hoogte van ons  beoogde terras. “Maar dat gebeurt maar af en toe en je hebt er geen last van”, zegt de eigenaresse sussend. Vriendelijk nemen we afscheid. Ik maak een zwierige bocht langs het pannenkoekenhuis, ontwijk de links- en rechts aanstormende auto’s en kijk vanuit mijn linkerooghoek argwanend naar de brandweergarage, waar een stuk of 4 auto’s hongerig klaar staan om  met veel kabaal uit te rukken.  Ik ben nog nooit zo blij geweest met iets, dat ik niet heb gekocht.

 

* ik weet dat dit niet klopt

Ton Verlind

Design & Development: I-Brix B.V. in opdracht van Ton Verlind