| 25 januari 2008 | |
Regels zijn regels,...toch?Regels zijn regels. Het feit, dat er zoveel gedoogd wordt maakt Nederland zachter dan boter, maar de fermheid in optreden komt toch altijd weer in een andere gedaante dan je verwacht en hoopt. De Hofstad-groep mag van de rechter geen criminele organisatie worden genoemd. Politici schreeuwen moord en brand, maar vergeten dat het speelveld voor politie, justitie en de rechter in diezelfde politiek wordt bepaald. Verontwaardiging in dit geval is dus verontwaardiging over het eigen onvermogen om goede wetgeving te maken. Nog steeds tolt in mijn hoofd het voorbeeld rond, dat ik onlangs uit de mond van een hoge Amsterdamse politieman noteerde ten tijde van de Slotervaart-rellen. De politie hield ’s nachts een auto aan met 4 inzittenden, in het bezit van een jerrycan, lucifers en ander materiaal om benzine tot ontbranding te brengen. Het gebeurde in de periode dat nacht-aan-nacht auto’s in de fik gestoken werden en op een tijdstip dat de gemiddelde ordentelijke burger op een oor ligt te snurken. De inzittenden van de verdachte auto stonden kort na hun preventieve aanhouding alweer op straat, omdat er onvoldoende overtuigend bewijs was, dat ze werkelijk het voornemen hadden auto’s in brand te steken. | |
![]() | |
Altijd betalen we teveel.Ik weet, dat je in een gecompliceerde rechtsstaat niet alles met alles moet verbinden, maar al die voorbeelden schieten me toch door het hoofd, terwijl ik samen met Jort Kelder naar onze geparkeerde auto's loop, na een aangenaam verpozen in het Amsterdamse Dauphine en zijn schrikreactie mij uit mijn gepeins wek. Zijn auto wordt omgeven door twee parkeerwachters, een streng kijkende, die zijn computer staat te voorzien van data en een vriendelijk ogende, grappenmakende overheidsdienaar die vanaf zijn scooter het tafereel ontspannen en met zichtbaar genoegen bekijkt. Jort heeft de parkeermeter keurig voorzien van de voorgeschreven pecunia. Het is natuurlijk altijd moeilijk te bepalen hoe lang je in een restaurant zit of hoeveel tijd de boodschappen zullen vergen. Voor de zekerheid gooi ik meestal overwaarde in de meter, maar op jaarbasis kost me dat een kapitaal aan door de overheid niet-geleverde diensten: meestal ben ik eerder terug. Ik betaal dus net als andere Nederlanders heel wat meer parkeergeld, dan waartoe ik rechtens verplicht ben. Verlies en winst zouden door de overheid als fairtrade best soepel tegen elkaar afgestreept mogen worden. | |
Pech.....Maar Jort heeft pech. Hij is te laat: welgeteld 11 minuten. “Nee toch”, roept hij in vertwijfeling, “dit kan niet waar zijn”. Wel hoor, zegt de overheidsdienaar. stoïcijns, aanvankelijk zonder op te kijken. Heel even dwalen zijn ogen van het portabel computerscherm naar Jort. De man kijkt dreigend over de rand van zijn bril. “Tien minuten had ik geaccepteerd”, mompelt hij. Maar 11 minuten is teveel.. .Zonder aarzeling gaat hij door met bekeuren. Met een druk op de knop zou hij coulance kunnen tonen. Maar zijn vasthoudendheid, het eergevoel en wie weet, een streng geformuleerd protocol, staan tussen hem en het tonen van barmhartigheid in. De vriendelijke op de scooter, mengt zich in de discussie. “Een mooie auto”, zegt hij over de zwartglimmende sportbolide. “Vast net zo duur als een vrouw”, of woorden van gelijke strekking. “Niet over opwinden”, hoor ik me vaderlijk roepen en wijzer dan ik ben, terwijl ik in ziedende ogen kijk. “Dit gevecht is toch niet te winnen”. | |
Ton Verlind | |
| Design & Development: I-Brix B.V. in opdracht van Ton Verlind |

